Daarover ging het in het seminar BNR Flex: Over de flexibele onderneming, onderdeel van de debatreeks De Nieuwe Onderneming, dat plaatsvond op 24 mei op het hoofdkantoor van Randstad in Diemen.

Aan de hand van een aantal praktijkcases werd een aantal specialisten en het publiek hun mening gevraagd over een drietal stellingen. Het is terecht dat flexibele medewerkers meer verdienen dan vaste werknemers, luidde de eerste stelling. Flexwerkers bouwen immers vaak geen pensioen op en worden niet doorbetaald als ze ziek zijn.

In de cao geregeld
Bij koerier TNT Express, dat veel werkt met flexwerkers die kunnen bijspringen als het druk is, worden flexibele medewerkers op dezelfde wijze beloond als de vaste werknemers, legde Elisabeth Vullings, HR-manager bij TNT Express, uit. ‘Dat is in de cao geregeld. Het gaat om het salaris en de onkostenvergoedingen en daarmee heb je de belangrijkste beloningselementen te pakken.’

Jules Theeuwes, wetenschappelijk directeur van SEO Economisch Onderzoek, was het wél eens met de stelling. ‘Flexwerkers moeten gecompenseerd worden voor de onzekerheid die ze hebben’, zei hij stelling. ‘Ze lopen meer risico dan mensen in loondienst. Die hebben meer zekerheid.’

Geen lid van het korps
Of vaste krachten ook meer binding met het bedrijf hebben, was onderwerp van de tweede stelling. Jacqueline van der Hoek, sinds 2009 flexibel administratief medewerker bij de politie Amsterdam Amstelland, meent van wel. ‘De ene keer hoor je er helemaal bij’, vertelde ze, ‘maar soms merk je ook dat je geen lid bent van het korps. Ik zou graag een contract willen.’

Bea Fafiani-Wartenbergh, HR-manager bij het Amsterdamse korps, zou Van der Hoek het liefst vast in dienst nemen, maar kan dat vanwege een vacaturestop op dit moment niet. ‘Alles in de bedrijfsvoering gaat nu op de payroll. Als we weer mensen kunnen aannemen, is Jacqueline de eerste die welkom is.’

Om vier uur in het busje
Terwijl de Amsterdamse politie pas sinds enkele jaren experimenteert met het inhuren van flexwerkers heeft de bouwsector daar al decennia ervaring mee. ‘Zo’n 23% van de mensen die in de bouw werkzaam zijn, is flexwerker’, vertelde Eelco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland en vicevoorzitter van VNO-NCW. ‘Dit aantal is de laatste tien jaar verdubbeld.’

Volgens hem is dit relatief hoge percentage flexibele bouwers een positieve ontwikkeling, omdat veel werknemers met een vaste aanstelling het liefst om vier uur in het busje zitten. ‘Dan gaat de overwerkteller tikken, terwijl het werk aan het spoor of de weg gewoon doorgaat’, aldus Brinkman. ‘Flexwerkers gaan daar makkelijker mee om. Zo willen wij er nog veel meer.’

Innovatie en ondernemerschap
Simone Heidema, directeur van adviesbureau CPI Governance, heeft al veel flexwerkers ‘in dienst’. Van de driehonderd mensen die in haar bedrijf werken, hebben er slechts zes een vaste aanstelling. ‘Een vast contract maakt passiever.’ En daarmee gaf Heidema meteen antwoord op de derde stelling: vaste werknemers moeten een voorbeeld nemen aan de inzet van flexibele medewerkers.

Volgens haar zorgen flexibele krachten niet alleen voor een dynamischer bedrijfsleven, ook de Nederlandse economie als geheel wordt er sterker van. ‘Flexwerkers zijn een stuk creatiever en innovatiever’, meent Heidema. ‘Ze nemen de kennis mee die ze bij andere projecten zien. Daar hebben we als BV Nederland ook veel aan in de zin van innovatie en ondernemerschap.’