Stelt u zich voor dat Silicon Valley in Nederland ligt? Dat onze ondernemers bekend staan als de meest innovatieve van de wereld? Dat de allernieuwste producten, technologieën en organisatiestructuren hier vandaan komen.

Op het gebied van kenniscreatie kent Nederland geen probleem. In de innovatie-index van het World Economic Forum scoren we heel goed: de vijfde plaats. Maar we krijgen onze innovaties niet gecommercialiseerd. In Nederland is daar een aparte term voor: valorisatie.

Regelvrije zone
Panellid Frans Nauta, lector innovatie aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen, is niet te spreken over het begrip. ‘Als je aan een groep Amerikanen zegt dat je aan ‘valorisation’ doet, zullen ze je vol onbegrip aankijken. Typisch dat we daar zo’n begrip van maken. En we zijn er bovendien evident slecht in.’

Hij heeft wel een idee hoe we dat kunnen oplossen en dus van Nederland een Silicon Valley kunnen maken. ‘Maak rondom elke universiteit een regelvrije zone voor startups’, zei hij. ‘Zij hoeven zich de eerste drie jaar niet te houden aan het arbeidsrecht, ook zijn ze gevrijwaard van de regels omtrent het verdelen van de aandelen.’

Uit de problemen
En last but not least: wanneer een startup failliet gaat, moeten de eigenaren binnen één jaar weer uit de problemen zijn. ‘Deze mensen doen er in Nederland te lang over om uit een faillissement te komen. We zien het nog steeds teveel als een mislukking, terwijl je in de VS ‘experienced’ bent.’

Maar innoveren is meer dan alleen een goed idee hebben of in regelvrije zones werken. Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid aan de Erasmus Universiteit, zegt dat ‘valorisatie’ wel degelijk belangrijk is.

Dingen die je kunt leren
‘Fantastische ideeën zijn prima, maar je moet ze ook kunnen vermarkten’, legde Volberda uit. ‘Hoe vraag je patent aan, hoe manage je de onderneming, hoe zorg je voor de juiste mensen om je heen. Maar dat zijn wel dingen die je kunt leren.’

Volkert Claassen, vice-president Innovatie bij DSM Food Center ziet voor de multinationals een rol weggelegd. ‘DSM kijkt naar ondernemingen die goed passen bij het chemieconcern’, vertelde hij. ‘Als we een aandeel in een startup nemen, kijken we naar wat ze missen en hoe we ze succesvoller kunnen maken. En hoe we die processen kunnen versnellen. De ene keer betekent dat ze door DSM worden overgenomen, de andere keer blijven ze zelfstandig en gaan ze door zonder DSM.’

Gebrek aan investeringen
Een veel gehoorde klacht is dat innovatie achterblijft vanwege een gebrek aan investeringen. Volberda herkent de geluiden: er is te weinig private equity, onvoldoende business angels en de banken zijn veel te conservatief. Aan andere kant spreekt de hoogleraar met financiers die zeggen dat ze veel te weinig goede voorstellen krijgen.

‘Een ondernemer moet met een goed businessplan komen’, aldus Volberda. ‘Die zijn in ons land best slecht.’ Maar hij is optimistisch want dit zijn dingen die je kan leren: de financiële onderbouwing, lange termijn planning, marktmogelijkheden. Is dat goed in kaart gebracht, dan is de kans van slagen vele malen groter. Toch vindt hij dat financiers meer lef kunnen tonen.

Derde investeerder
Lector Innovatie Frans Nauta: ‘Nederland bulkt van het geld. We zijn de derde investeerder in de VS’, wist hij. ‘Maar hier is het moeilijk om financiering te vinden voor de zogeheten early stage. De eerste 500.000 euro harken ze nog binnen met subsidies, potjes en prijzengeld. Daar zijn de investeerders vaak niet bij. Misschien maken we het ze iets te makkelijk door de vele subsidies die we in Nederland verstrekken.’

Tegelijkertijd zegt hij dat Nederlandse ondernemers bepaalde vaardigheden kunnen oppoetsen. ‘We zijn beroerde pitchers.’ Hoewel Nederland nog flink aan de weg moet timmeren, zijn alle sprekers het met elkaar eens dat het met innovatie en ondernemerschap al een heel stuk beter is dan tien jaar geleden. ‘We zijn op het goede pad.’