Wilders geeft te kennen dat hij zich op zijn zwijgrecht wenst te beroepen. Rechtbankvoorzitter Jan Moors merkt daarover op dat de rechtbank kranten leest en televisie kijkt en dat het erop lijkt dat, zoals in de media vaker is geconstateerd, Wilders de discussie uit de weg gaat.
Moszkowicz zegt dat het geen pas geeft dat Moors er een duiding aan geeft dat Wilders zich beroept op zijn zwijgrecht. Dat is een elementair recht, aldus de raadsman. Hij zegt het verzoek tot wraking ,,á contre coeur'' te doen. Hij wijst erop dat Wilders al te maken heeft met een beschikking van het gerechtshof ,,die op een veroordeling lijkt''.
Geen schijn van partijdigheid
Een dag later wordt Moszkowicz' verzoek afgewezen. De wrakingskamer vindt dat de rechtbank ,,geen ongeoorloofde pressie'' heeft gebruikt en dat er door de uitspraken ,,geen zwaarwegende schijn van partijdigheid'' is ontstaan. Het proces wordt hervat.