Uit cijfers van Kennisbank APS blijkt overigens dat de instroom van jongeren onder de 30 jaar met 63 procent daalde. Arbeidspsycholoog en generatiedeskundige Aart Bontekoning zoekt de oorzaak vooral in het inkrimpen van veel overheidsorganisaties. "Er gaan minder mensen werken en dan hanteren ze de regel last in first out. De laatste die binnenkwamen zijn veel jongeren met kortlopende contracten. Die zijn makkelijk te ontslaan." 

Meerwaarde
Volgens communicatiedeskundige Jeroen Boschma is een ander groot probleem dat jongeren die na 1985 zijn geboren geen meerwaarde meer zien in werken bij de overheid. Het tekort aan jong talent is daarom volgens hem het grootste probleem. "Sowieso voor de dynamiek binnen de gemeenten, maar ook omdat je daarmee de generatie die het verst afstaat van hoe de wereld nu is daar rond hebt lopen.

De kloof tussen overheid en publiek wordt daardoor groter, volgens Boschma. En dat vraagt om een creatieve oplossing en die vindt zowel Bontekoning als Boschma in samenwerking tussen de generaties. "Er is een soort chemie van jonge mensen en ervaren mensen uit de protestgeneratie. Die kunnen het meest van elkaar leren, dus dat is razend interessant", meent Bontekoning.

Nieuwe generatie
Een koppeling tussen ouder ambtenaren en jongeren is dan ook de truc, erkent ook Boschma. "En dan écht jonge. Gewoon iemand van de nieuwe generatie mee laten lopen, mee laten kijken, mee laten praten en mee laten beslissen."

En dat lukt uiteindelijk maar op één manier: door de liefde van de ouder voor zijn kind. "De ouders zitten vaak op leidinggevende posities in die organisaties. Ik merk wel dat die ouders als je er met ze over praat, dán wel verantwoordelijk gaan voelen voor oplossingen."