Minister Jan Kees de Jager zei na afloop: "Er is een soort vorm van consensus ontstaan bij de 17 eurolanden dat de private betrokkenheid zéér omhoog moet ten opzichte van het 21 juli-pakket."

Percentage onbekend
In juli van dit jaar spraken de Europese regeringsleiders nog af dat private investeerders 21 procent van hun investeringen in Grieks staatspapier zouden moeten afschrijven.

Dat moet dus meer worden, maar welk percentage dat nu wordt, wilde De Jager nog niet zeggen. Hij kan zich wel "volledig" vinden in het voorstel waarover woensdag bij het vervolg van de EU-top gestemd gaat worden.

De minister gaf aan dat, hoewel gesprekken nog lopen over de versterking van het noodfonds EFSF het consensusvoorstel niet in de weg zal staan. ,,Er ligt niets voor wat daar in strijd mee is.''

Meer dan substantieel
De Jager noemde de bijdrage van de private sector wel al substantieel, maar dat is volgens de EU-ministers dus niet genoeg: "Het moet nog meer dan substantieel zijn." 

Dat zal echter hoogstwaarschijnlijk niet zonder slag of staat gaan, en er zal dan ook met de financiële sector moeten worden onderhandeld. De Jager wilde niet zeggen of banken gedwongen zullen worden om een bijdrage te leveren of dat zij op vrijwillige basis hun steentje gaan bijdragen.

Zestig procent
Volgens een uitgelekt rapport van de trojka is het afgesproken bedrag van 109 miljard euro als tweede noodlening aan de Grieken alleen houdbaar als de banken bereid zijn een afschrijving van 60 procent te accepteren.

Beginnende consensus
Eerder op zaterdagavond was er sprake van een "beginnende consensus" over een verhoging van de kapitaaleis. Die zou naar 9 procent gaan. Italië, Spanje en Portugal zijn daar niet blij mee; zij vrezen naar verluidt dat een aangescherpte kapitaaleis te veel geld kost.

Het versneld aanhouden van 9 procent kapitaal zou de Europese banken 80 tot 100 miljard kosten. Lukt dat een bank niet, dan zijn er drie stappen te nemen. De banken moeten in eerste instantie zelf vers kapitaal bijeenzoeken. Als ze daar niet in slagen, moeten ze bij hun eigen regeringen aankloppen. In laatste instantie kunnen ze een beroep doen op het Europese stabiliteitsfonds (EFSF).