Erdogan verwijt de Syrische regering dat die toestaat dat PKK-strijders Koerdisch gebied in het noorden van Syrië bezet houden.

Op de vraag of Ankara de PKK-strijders zal achtervolgen die na een aanval in het oosten van Turkije naar Syrië vluchten, zei Erdogan: “Dat is zelfs geen zaak van discussie. Het is een gegeven.''

Ergernis
Volgens Reinoud Leenders, Syrië-kenner van de Universiteit van Amsterdam, meent Erdogan dit dreigement. “De afgelopen weken en maanden hebben laten zien dat de Turken zich steeds meer beginnen te ergeren aan de opstellingen van het Syrische regime. Denk aan het neerhalen van de Turkse straaljagervan een paar weken geleden.”

Of het nou gaat om aanvallen op het Syrische regime of om de PKK-strijders aan te vallen: volgens Leenders komt het op hetzelfde neer. “Er is nu natuurlijk een grote strijd aan de gang in Aleppo. Als daar dan ook nog eens invallen van Turkse troepen naast komen in het Noordoosten, dan krijg je een situatie waarin het Noorden van Syrië buiten de controle gaat vallen van het regime.”

Vrijspel voor PKK
“Het regime lijdt aan een tekort aan manschappen, omdat alle voornaamste steden in Syrië in opstand zijn gekomen. Een gevolg daarvan is dat PKK de rol heeft gekregen om het Koerdische gedeelte van Syrië te controleren. In ruil daarvoor heeft PKK vrij spel gekregen om haar eigen zaak te bevechten.”

De PKK streeft naar een zelfstandige Koerdische staat in het zuidoosten van Turkije.

Zorgen
De Turkse regering maakt zich zorgen over de opmars van de Koerden in het buurland. Die zagen twee weken geleden hun kans schoon om de macht in diverse steden in het noorden van Syrië over te nemen.

De opmars van de Koerden wekt in Ankara de vrees dat er in Syrië een soortgelijke situatie ontstaat als in Irak, waar na de invasie van de Amerikanen en Britten in 2003 een semi-autonome Koerdische regio is ontstaan.