De staatssecretaris sprak eerder op de dag met NS-topvrouw Merel van Vroonhoven en met de Belgische NMBS-bestuurder Marc Descheemaecker. Ook belde ze met haar Belgische ambtsgenoot Jean-Pascal Labille om de situatie te bespreken. Hem zal ze binnenkort ook persoonlijk ontmoeten.

Mansveld vertelde voor de microfoon van verslaggever Jeroen Stans: "We hebben gesproken en mijn vertrouwen is op dit moment dat er uiterlijk volgende week een plan ligt waar iedereen achter staat. Ook ProRail en Infrabel worden hierbij betrokken."

Mansveld heeft de toezegging gekregen dat de betrokken partijen 'constructief meegaan in het kijken naar een oplossing voor de korte en lange termijn'. "Voorwaarde daarvoor is natuurlijk wel dat die oplossing ook houdbaar is, juridisch moet kloppen en financieel en technisch haalbaar is."

Partijen op 1 lijn
Volgens Mansveld was het overleg constructief en wordt er hard gewerkt om tot een korte- en langetermijnoplossing te komen. Ook de infrabeheerders, zoals ProRail, denken goed mee, vindt Mansveld. Ze verwacht dan ook dat alle partijen zich volgende week in het plan kunnen vinden.

Zelf mikt de staatssecretaris op een oplossing waarbij er acht keer per dag een intercity gaat rijden. Die trein gaat niet over het hogesnelheidsspoor, waardoor de kans groot is dat ook Den Haag zal worden aangedaan. Daarnaast zullen de huidige treindiensten tussen Antwerpen en Roosendaal blijven bestaan.

Lange termijn
Voor de lange termijn weet Mansveld nog niet wat de beste oplossing is. Er zijn verschillende scenario's waarnaar wordt gekeken. Die moeten volgens de staatssecretaris aan de financiële, juridische en technische voorwaarden voldoen om te worden goedgekeurd. Ook daar moet volgende week vrijdag helderheid over zijn.