In gewone taal betekent het dat de kans dat Amerika zijn staatsleningen kan terugbetalen iets kleiner is geworden. Maar niet zoals in het geval van Griekenland, waar elk schoolkind kan uitrekenen dat kopers van staatsobligaties waarschijnlijk de helft van hun geld kwijt zijn. Niemand gelooft dat we Amerikaanse staatsleningen moeten gaan afstempelen.
Wat dan wel? Wie het weet mag zijn vinger opsteken.
In Amerika laait een felle ‘blame game’, een wedstrijd in verwijten. De Republikeinen verwijten de Democraten dat ze met geld smijten. De Democraten spreken van Republikeins politiek terrorisme.
De prominente Democraat John Kerry noemt het een ‘Tea Party afwaardering.’ De woede richt zich duidelijk vooral op de Republikeinen als geheel, en niet alleen op de Tea Party. En terecht, want in hun bekrompenheid, hun principiele bezwaar tegen  het heffen van belasting en hun blinde haat tegen alles dat te maken heeft met de federale overheid, slepen ze niet alleen hun eigen land de afgrond in, maar ook de Europese en Aziatische markten.
En we als de de Washington Post mogen geloven, die de tactiek van de Republikeinen helemaal heeft uitgeplozen, was het een zeer bewust gekozen strategie. De econoom en Nobelprijswinaar Paul Krugman schrijft in zijn column in de New York Times dat de grootste fout is om het ratingbureau S&P serieus te nemen.
Dat bureau stapelt blunder op blunder.
Zo gaf het Lehman Brothers nog een A-rating op het moment waarop de investeringsbank omviel. Krugman noemt de grote mond van S&P een chotspe. Misschien ten overvloede geeft hij een voorbeeld van wat dat betekent: een jongen die beide ouders heeft vermoord en dan aan de rechter clementie vraagt omdat hij een wees is.
Ja, de Amerikaanse economie is een enorme puinhoop. Maar Amerika is echt goed voor de betaling van zijn verplichtingen. Standard & Poor gedraagt zich als een roddelblad onder de rating agencies.
Bernard Hammelburg
hammelburg@bnr.nl