Alleen bij verkiezingen komen de sneue postertjes tevoorschijn om het marktaandeel te verdedigen. Meestal met de tronie van de leider plus een kreetje. Over samen of rechtvaardig of groen of eerlijk. Nog onbenulliger: de kop van Pechtold met daarbij: En nu vooruit! Dank je de koekoek denk ik dan weer. Natuurlijk moeten we vooruit hallo, de vraag is alleen: waarheen? Dan doet de VVD het toch beter.

Ze hebben billboards met bloedsimpele statements, deden ze 2 jaar terug ook al. Dus de potentiële doelgroep herkent dat VVD signaal. U weet: herkenning en herhaling zijn de kracht van de reclame. Meestal gaan die VVD regels over werkend of ondernemend Nederland, in de kern van hun zakelijke positionering. Eén regel viel me echter op. Die regel luidt: de overheid moet minder doen en meer presteren. Deze regel houdt mij al dagenlang uit de slaap.

De overheid moet minder doen en meer presteren. Ik wil 'm vatten maar het lukt me gewoon niet. In mijn beleving doet de overheid niks. Althans, ik ken alleen een luie domme en falende overheid - op vrijwel elk gebied. Hoe kun je minder doen als je al niks doet?

Bij het woord presteren in relatie met de overheid kan ik me evenmin iets voorstellen. Meer presteren? Wat presteren ze nu dan? Is Den Haag verantwoordelijk voor onze welvaart? Hou toch op. Dat zijn AKZO en KLM, ASML, Unilever en de Haven van Rotterdam. En al die geweldige ondernemende grote en kleine bedrijven die we hebben. Die excelleren - ondanks de overheid. Maar dankzij visionairs aan het roer - die grenzeloos denken en vooral: doen. Mannen met harde ballen die strijden om te winnen.

De VVD suggereert dat ze dit begrijpen; alleen formuleren ze het bangig. Er had moeten staan: wij willen een overheid waar u geen last van heeft! Kennelijk is dat een brug te ver. Ook politici zijn bureaucraten met een baan - met alles erop en eraan. En de overheid is onze grootste en warmste werkgever.

U voelt ‘m. Ik ook.