UPDATE: Marcel Crok laat weten dat hij slechts een eenmalige opdracht uitvoert voor het ministerie van Infrastructuur & Milieu, namelijk het kritisch bekijken van het laatste IPCC-rapport. Zie zijn blog.

Crok geeft stem aan de 'klimaatsceptici' in Nederland - zij die twijfelen aan de structurele, door mensen veroorzaakte opwarming van het klimaat. Als je hem vraagt als adviseur dan laat je zien dat je geen advies wilt, maar een rechtvaardiging voor wat je toch al van plan bent.

Het is ook alsof je Pia Dijkstra, voorheen van de gezondheidsprogramma's van de Avro, vraagt hoe het nu verder moet met prins Friso. Crok is namelijk journalist en niet zelf wetenschapper.

Dat was ook de klacht van honderden echte klimaatwetenschappers toen de Wall Street Journal onlangs een ingezonden stuk publiceerde van zestien mensen met academische titels, die stelden dat het wel losliep met het klimaat. Na een aanvankelijke weigering en onder dreiging van imagoschade publiceerde de WSJ alsnog een weerwoord dat begon met: "Als je hartproblemen hebt, ga je dan te rade bij een tandarts of bij je cardioloog?"

Deze week werd verder bekend dat Peter Gleick, een leidend klimaatwetenschapper, onder valse voorwendselen interne documenten heeft verkregen en gepubliceerd van het Heartland Institute, een 'sceptische' lobbyorganisatie. De documenten toonden aan dat Heartland met geld van de industrie probeert op scholen te zagen aan de stoelpoten van goed gefundeerde wetenschap. Maar Gleick is de gebeten hond en loopt kans zijn baan kwijt te raken.

Het is tijd een stapje terug te doen en de grote lijnen van het klimaatdebat eens te bekijken. Die zien er zo uit:

1. Het is al meer dan een eeuw bekend dat CO2 een broeikasgas is, en dat we de vrij prettige temperatuur op Aarde mede danken aan de warmtevasthoudende werking van dit gas. Niemand betwist dit.

2. De logica zegt: méér CO2 leidt dan tot hogere temperaturen, dat leidt tot smelten van ijs en dat weer tot een hogere zeespiegel. CO2 komt vrij bij bijna alle verbrandingsprocessen, daarom is al heel lang geleden voorspeld dat het stoken van kolen, olie en gas het klimaat verandert en de zeespiegel verhoogt. Bijvoorbeeld in 1958, meer dan een halve eeuw geleden, in een Amerikaans tv-programma.

3. De vragen die de wetenschap heeft moeten beantwoorden zijn: is er inderdaad opwarming, en zo ja komt die door menselijk handelen? Sceptici mogen graag doen alsof de huidige grote meerderheid van klimaatwetenschappers wordt gedreven door kuddegeest: ze vinden wat ze vinden omdat iedereen het vindt. Dat is een valse voorstelling. In de jaren '70 was iederéén sceptisch. De overtuiging dat er inderdaad opwarming is, heeft tientallen jaren nodig gehad om te groeien. Dat de mens de dader is, staat nog maar kort vast.

4. Het is, kortom, de gevestigde wetenschap die zo dapper is geweest zijn mening te veranderen, juist niet de zogenaamde sceptici.

5. Naar schatting 97% van de klimaatwetenschappers is er nu van overtuigd dat de mens het klimaat verandert. Niet in de zin van religieuze overtuiging maar in de zin van overtuigd door overeenstemming van theorieën, modellen en meetgegevens.

97%, dat is in de divisie van 'De Aarde is rond,' 'Roken is ongezond' en 'Hiv is de oorzaak van Aids.'

Waarom blijft dan het 'debat' over het klimaat maar dooretteren?

= Twijfel aan de menselijke bijdrage aan opwarming dient grote financiële belangen. Het omgekeerde geldt niet.

= Er zijn heel geleerde mensen die er genoegen in scheppen afwijkende standpunten in te nemen. Ze hoeven daarvoor niet per se betaald te worden, sommige vinden het gewoon leuk.

= Politici kunnen goede wetenschappers niet van slechte onderscheiden.

= Er zijn redacties en journalisten die garen spinnen bij de illusie van een serieuze discussie. Sommige vinden dat dat een objectievere indruk maakt, andere zijn uit op lekkerder verslagen en programma's. ("De Aarde rond? Goed, maar dan wel in de vorm van een discussie, met een tegenstander erbij.")

= Er zijn ook journalisten en auteurs die er genoegen in scheppen afwijkende standpunten in te nemen. Die verwelkomen een stuk als van de 'zestien' in de Wall Street Journal en hebben de weerlegging niet in de gaten.

Fatsoenlijke klimaatwetenschappers hebben er langzamerhand de buik van vol, zoals ze een tijdje geleden op humoristische wijze lieten merken. Beroepssceptici, politici met een granieten ideologie, de vette beurs van de olie-industrie - als veertig jaar onderzoek, modellen en data niet genoeg is, hoeveel dan wel? Peter Gleick heeft zijn onvrede geuit op een manier die juridisch mogelijk niet deugt, maar wel heel functioneel was.

Het is tijd voor omkering van de bewijslast. Laat de sceptici eens komen met modellen die laten zien hoe je grootschalig CO2 kunt dumpen zónder dat het opwarmt. Of laat ze haarfijn kwantitatief aantonen welk mechanisme, anders dan de mens, de gemeten opwarming kan verklaren, en vervolgens bewijzen dat dit mechanisme ook inderdaad werkzaam is.

En staatssecretaris Atsma, luister maar goed naar je adviseur: ga niet te ver de polder uit anders val je van de Aarde af.