Nee. Er was allang informatie dat deze wetsvoorstellen van geen kant deugden. Dat ze piraterij niet zouden beteugelen. Dat onschuldige sites de dupe zouden kunnen worden van lichtvaardige acties tegen vermeende inbreuk. Dat een onredelijke last werd gelegd op zoekmachines en sociale sites om linken naar illegaal aanbod te voorkomen. Dat daarmee veelbelovende en nuttige bedrijven het bestaan moeilijk werd gemaakt. En dat nieuwe innoverende bedrijven zouden worden ontmoedigd. Al deze informatie is door het gros van de Congresleden genegeerd, tot de derde week van januari.

Er was een interventie nodig van het Witte Huis om deze bezwaren eens goed op een rijtje te zetten. De dreiging van een presidentieel veto was daarmee reëel. Was dat niet te verwachten, die Obama is toch een halve marxist? Nee hoor, op het gebied van auteursrecht is de regering-Obama zeer conservatief. De verklaring tegen SOPA en PIPA had daarom een hoge attentiewaarde, zelfs voor Congresleden.

Ook was bekend dat de cijfers van de entertainmentindustrie niet klopten. Zo poneerde Chris Dodd, de directeur van de Motion Picture Association of America (MPAA) dat de Spaanse, Zweedse en Egyptisch filmindustrie van de kaart waren geveegd door piraterij. Er was maar een klein beetje fact-checking nodig om de leugenachtigheid hiervan aan te tonen.

Meer formele cijfers bleken ook van nul en gener waarde, zoals blogger Julian Sanchez begin van dit jaar liet zien in verschillende stukken. Daarmee werd de minachting voor de waarheid van de amusementsindustrie duidelijk, maar ook de desinteresse van de Congresleden die deze cijfers van de firma WC-Eend kritiekloos overnamen.

Congresleden zijn dus door de bank genomen niet geïnteresseerd in onafhankelijke informatie. In november bleek ten overvloede dat de gang van zaken rond SOPA volstrekt doorgestoken kaart was. De commissie-Justitie van het Huis van Afgevaardigden hield een 'hoorzitting' over SOPA. Deze verliep zo gênant dat niet alleen Ars Technica maar bijvoorbeeld ook CNN/Fortune er schande van sprak. Er waren vijf voorstanders uitgenodigd en één tegenstander, Katherine Oyama van Google. De voorstanders én een aantal van de aanwezige commissieleden maakten van de gelegenheid gebruik om Google stevig de mantel uit te vegen over zijn vermeende medeplichtigheid aan piraterij. Daarnaast verklaarde de ene na de andere afgevaardigde geen verstand van zaken te hebben, maar toch zeker te weten dat SOPA geen onbedoelde schade zou aanrichten, bijvoorbeeld op het terrein van vrijheid van meningsuiting, innovatie of veiligheid.

Waarom zijn Congresleden zo vooringenomen? Dat is niet moeilijk te ontrafelen. De entertainmentindustrie pompt veel meer geld in het Congres, in de vorm van bijvoorbeeld donaties aan campagnes en honoraria van lobbyïsten, dan Silicon Valley. De verhouding is ongeveer 8 op 1. Er is sprake van nauwelijks verhulde omkoping. Na de cruciale bemoeienis van het Witte Huis sprak een belangrijke donor, goed voor 3 miljoen aan Democratische donaties, tegenover de site Politico de historische woorden: "Deze kwestie hoort niet politiek besloten te worden. (…) Dat het wel een politieke zaak is geworden is niet eerlijk tegenover de makers van content."

Hoe iemand die goed bij zijn hoofd is durft te klagen - in het openbaar nog wel - dat wetgeving een politiek proces is, is een vraag voor psychologen. Maar dat geld zal er wel iets mee te maken hebben. Je wilt er wel iets voor terugzien, toch?

Een moeilijker te traceren vorm van corruptie is de hoop op een lucratief baantje als lobbyïst na je politieke carrière. Volgens een rapport van de journalist David DeGraw overkomt dit 79% van de vroegere Congresleden. Maar dan moet je je tijdens je carrière als politicus wel netjes gedragen. Chris Dodd van de MPAA is er zelf een voorbeeld van. Een jaar geleden maakte hij de overstap, na beloofd te hebben dat hij dat nooit zou doen. Of hij echt veel talent heeft voor zijn nieuwe vak is de vraag. Behalve de eenvoudig te ontzenuwen leugens over de filmindustrie in andere landen heeft hij bijvoorbeeld de volgende uitspraak gedaan over de blackout van woensdag 18 januari:

"Het is een onverantwoordelijke reactie en een slechte dienst [van deze websites] aan de mensen die op hen rekenen voor informatie. Het is ook machtsmisbruik gezien de vrijheden die deze bedrijven genieten op de markt."

Uit de mond van een lobbyïst die namens Hollywood het hierboven beschreven machtsspel leidt, is dit van een griezelige schaamteloosheid.

De aardverschuiving van deze week in het Congres was niet te wijten aan grote internetbedrijven. De meeste daarvan gingen helemaal niet op zwart. Het was ook maar ten dele de opstelling van het Witte Huis. Wat veel Congresleden heeft overgehaald is de lawine van telefoontjes en mailtjes van de kant van het publiek. Volgens Wikipedia hebben acht miljoen mensen op deze site de contactinformatie van hun Congreslid opgezocht. Volgens Google is de online petitie tegen SOPA/PIPA zeven miljoen keer ondertekend.

Vermoedelijk kregen de Congresleden door dat ze zonder kiezers niet veel hadden aan subsidie van Hollywood. Het is niet verkeerd voor een politicus om naar zijn kiezers te luisteren. Maar ze hadden ook metéén the right thing kunnen doen.