Er zijn mensen die massasprints geweldig vinden. En ze hebben een punt. Het moordende tempo, het langgerekte peloton, het aanstormende front van wild aan het stuur trekkende renners - het is een mooi gezicht. Het aansturen op een massasprint en er dan ook voor zorgen dat je hem wint, dat is een vaardigheid, een kunst. Die stelt de hoogste eisen aan de ploeg en aan de sprinter. Het is altijd mooi om sportlieden bezig te zien die aan de hoogste eisen voldoen. Zo'n Cavendish, die er keer op keer in slaagt de voorzet van zijn  ploeg af te ronden, is een fysieke en mentale geweldenaar. Een meester in zijn vak.

Maar dat vak heet geen wielrennen. Dat Cavendish vorig jaar wereldkampioen werd, is een schande. Het zou een schande zijn geweest als hij Olympisch kampioen was geworden.

Wat maakt een wielrenner tot een groot kampioen? Er zijn verschillende belangrijke onderdelen. Kunnen klimmen, kunnen tijdrijden. Slim tactisch inzicht, op het juiste moment ontsnappen. Kilometers voor een jagend peloton blijven rijden. Als een renner een paar van die dingen goed kan, is het niet erg als hij ook kan sprinten. Merckx, Hinault, Boonen, Freire, noem ze maar op. Die konden of kunnen wat. Méér dan alleen sprinten.

Cavendish beheerst alleen een onooglijk detail van het wielrennen. Behalve massasprints winnen kan hij niks. Vijfhonderd meter heel hard fietsen, dat kan hij. Hij maakt alleen een kans als hij de hele dag door zijn ploeg uit de wind wordt gehouden. Cavendish wint als alle factoren onbelangrijk worden gemaakt die wielrennen leuk maken, en die van wielrenners grote wielrenners maken. Het is belachelijk zo iemand een individuele prijs toe te kennen. Cavendish is gewoon een profiteur, een wieltjeszuiger.

Waar sprinters regeren, wordt heldendom onmogelijk.

Jammer genoeg maakt het ploegenspel het mogelijk dat Cavendish toch keer op keer wint. Of een andere sprinter. Hoeveel Rondes van Frankrijk zijn niet bedorven door de ploegen van Cipollini, Petacchi, Cavendish? Langzamerhand weet je het wel: de eerste én de laatste vijf etappes heb je de kansloze ontsnapping van de dag, de hergroepering, de massasprint. Eén ploeg vreet de hele ruif van etappes leeg, ten koste van andere ploegen en ten koste van de spanning en het genot van het publiek. De laatste tijd vallen steeds meer koersen ten prooi aan dat patroon: Milaan-San Remo, Gent-Wevelgem, en ook een paar keer het wereldkampioenschap. In 2002 won Cipollini, in 2011 Cavendish. Daarom is het een zegen dat het opzetje ditmaal mislukt is, juist nu iedereen dacht dat de uitkomst vaststond.

"Schrijf je een stukje over Cavendish?" informeert mijn vrouw. "Is dat niet teveel eer?" Ja, zelfs dat is eigenlijk teveel eer. Dat is precies waarom het gaat.