En daar is voor Nederland veel geld mee te verdienen, maar dan moet er volgens directeur Dick Hoogendoorn van de Vereniging Afvalbedrijven nog een hoop gebeuren.

"Nederland als hoogwaardige verwerker van Europees afval, dat is een gunstig toekomstperspectief. We hebben in Nederland een zeer goed functionerende verwerkingsindustrie. Hoogwaardig, voldoet aan alle eisen en op dit moment ruim bemeten."

Recycling én de economische recessie dragen bij aan een afname van het restafval en daardoor aan een grote overcapaciteit. Scheepsladingen met Italiaans en Engels afval weten de weg naar Nederland al te vinden. "80 procent van wat we importeren komt uit Engeland. Dat was vorig jaar 350.000 ton op een capaciteit van 7 miljoen ton."

Buitenland
Hoogendoorn sluit niet uit dat volgend jaar 10 procent van het afval dat in Nederland wordt verwerkt en verbrand uit het buitenland komt. En dat helpt op korte termijn Engeland om te voldoen aan de eisen van de Europese Unie. "Ze zijn te laat gestart met het terugdringen van het storten van afval. Dat wordt nu in een Nederlandse oven verbrand."

Het transport mag dan een licht negatief effect hebben op het milieu, dat wordt meer dan gecompenseerd door het feit dat het afval niet gestort wordt, maar verbrand en omgezet in energie. Eigenlijk is het hetzelfde als in Nederland. Engelse gemeenten contracteren het afval bij een Nederlandse verwerker, transporteert het per schip naar Nederland en verwerkt het."

Overcapaciteit
Max de Vries, van de BRBS Recycling, Branchevereniging Breken en Sorteren, erkent de waarde van het verwerken van buitenlands afval in Nederland. Toch is dat volgens hem hooguit een gunstig bijeffect van slecht beleid dat heeft geleid tot overcapaciteit. "Wij hebben daar minister Cramer in 2007 al voor gewaarschuwd. Uiteindelijk is daar toch op doorgeïnvesteerd en heeft de overheid daaraan meegeholpen."

De Vries betreurt dat en denkt dat het einde nog niet in zicht is. "Als ook nog de afvalbrief van Atsma van 2011 bewaarheid wordt, dan zou we wel eens 3 miljoen ton aan overcapaciteit aan vuilverbranders kunnen staan. We staan dus eigenlijk voor een hele grote opgave."Ik denk dat er al in 2007 niet meer bijgebouwd had moeten worden."

De overcapaciteit leidde tot bijzonder lage prijzen, meent De Vries. "En daarmee wordt de insentive tot recycling steeds minder. Dat is een groot probleem en dat wordt deels opgelost met het verwerken van buitenlands afval. Ik zou veel liever zien dat de overheid het recyclen mentaal ondersteunt. Straks betalen de burgers meer om de installaties in het leven te houden en de buitenlandse burger leeft daar wel bij. Ik vind dat een beetje de omgekeerde wereld."

Restwarmte
Ook in Roosendaal staat een afvalverbrandingsfabriek. Verslaggever Harmen van der Veen sprak er met directeur Jan van der Meer. "We noemen het geen huisvuilcentrale of verbrandingsinstallatie meer. Het is de bedoeling dat de energie die uit het afval komt op een goede manier wordt omgezet in bijvoorbeeld elektriciteit, hoge- en lagedrukstroom of restwarmte, bijvoorbeeld voor een woonwijk die binnenkort in Roosendaal wordt gerealiseerd."