Dat zegt hoogleraar arbeidsrecht Cees Loonstra in BNR Juridische Zaken. Volgens hem leidt deze wijziging van het ontslagrecht, voorgesteld in het Kunduz-akkoord, tot duizenden rechtszaken meer. Achteraf kan de zaak namelijk nog wel aan de rechter worden voorgelegd.

Twee routes
Nu is het nog zo dat een werknemer ontslagen kan worden door óf een vergunning aan te vragen bij het UWV óf de kantonrechter te vragen het contract te ontbinden. De tweede procedure is sneller, maar voor de werkgever duurder door de hoge ontslagvergoedingen. Straks hoeft een werkgever niet meer langs het UWV of de kantonrechter om iemand te ontslaan; bedrijven moeten zelf procedures ontwikkelen waarin
ook de werknemer zich moet kunnen verweren. Wie het achteraf niet met de uitkomst eens is, kan dan alsnog naar de rechter stappen.

Loonstra is sceptisch over het voorstel: ‘Een gang vooraf langs het UWV of de rechter dwingt werkgevers hun dossiers op orde te hebben. Ik verwacht dat bedrijven nu te makkelijk tot ontslag zullen overgaan. Ook heeft het UWV een enorme expertise opgebouwd om ontslagaanvragen snel en zorgvuldig te beoordelen waarvan nu geen gebruik meer zal worden gemaakt.’

Ontslagrecht saneren
Loonstra ziet meer in het saneren van het huidige ontslagrecht. ‘De uitkomsten van de twee ontslagprocedures zijn nu ongelijk. De ontslagvergoeding van de kantonrechter is veel hoger dan de vergoeding via de UWV-route. Dat moet je gelijktrekken. En je moet ervoor zorgen dat de ontslagprocedure niet langer een lawyer’s paradise is.’