BNR In Alle Staten8 feb '16 11:53Aangepast op 21 okt '16 12:55

‘Retail politics’ en de hype van New Hampshire

Auteur: Bernard Hammelburg

Meer nog dan Iowa drukt New Hampshire een stempel op de Amerikaanse presidentsverkiezingen die verhoudingsgewijs kant noch wal raakt. De staat is kleiner dan België en telt maar 1,3 miljoen inwoners. Daarvan hebben hooguit 800.000 mensen zich geregistreerd als kiezer, en dáárvan gaat doorgaans een derde echt stemmen, dus ruim een kwart miljoen. Als we die gemakshalve in tweeën delen - Democraten en Republikeinen - en uitgaan van twee koplopers in elke partij, hebben beide winnaars dus al genoeg aan hooguit 40.000 of 50.000 stemmen.

Foto: BNR
Foto: BNR

Iowa kent geen voorverkiezingen, maar caucuses – een serie kleine en grote partijraden – maar in New Hampshire heeft elke kiesgerechtigde burger het recht om zelf naar het stemhokje te gaan. Het is dus de eerste échte voorverkiezing, en sinds 1920 staat in de staatswet dat New Hampshire altijd de eerste voorverkiezingen in het hele land houdt. De andere staten en beide partijen ondersteunen dat. Waarom? Nergens om – je moet gewoon érgens beginnen.

New Hampshire is statistisch en getalsmatig dus te verwaarlozen, maar als marketingmiddel is het voor de kandidaten goud waard. Het belangrijkste element is wat de Amerikanen ‘retail politics’ noemen. Omdat het de staat is met de eerste voorverkiezingen, en omdat het zo klein en dunbevolkt is, voeren de kandidaten er onevenredig veel campagne. Ze bezoeken de stadjes en dorpjes, hamburgerrestaurants, kegelclubs, bejaardenhuizen, staan op dorpspleinen en in winkelstraten.

En op al die plekken zijn ze aanspreekbaar voor de kiezer, houden betrekkelijk weinig toespraken en schudden in plaats daarvan handen en maken praatjes. Inhoudelijk stelt dat niet zoveel voor, maar iedere inwoner heeft aan het eind van de voorverkiezingscampagne elke kandidaat op zijn minst een keer gezien. En als de kiezer het leuk vindt en echt geïnteresseerd is, kan hij de kandidaten meer dan eens even persoonlijk spreken. De kracht van ‘retail politics’ is enorm.

Betekent dat nu dat zo’n kiezer zijn stem baseert op persoonlijke ontmoetingen? Als je de peilingen bekijkt, valt dat eigenlijk nogal tegen. Als je voor Marco Rubio bent en je hebt Ted Cruz een paar keer de hand gedrukt, stem je waarschijnlijk nog steeds op Rubio. Maar het krioelt van de camera’s en microfoons, en het beeld van kandidaten als gewone stervelingen, in spijkerbroek en ruitjeshemd, die ontspannen met mensen in een snackbar een hamburgertje knagen en de conversatie beperkten tot het herhalen van hun kernboodschap, gaat heel Amerika door. Het is het reclameplatform waarvan elke marketeer droomt.

Het is dus niet helemaal eerlijk om de voorverkiezingen van New Hampshire een mythe te noemen, maar een hype is het zeker. En de betekenis wordt overdreven en overschat. Zo was er decennia lang een stelling: de winnaar van de presidentsverkiezingen heeft altijd de voorverkiezingen binnen zijn partij in New Hampshire gewonnen. Onzin. In 1992 versloeg de Democraat Paul Tsongas in New Hampshire Bill Clinton, die daarna de nominatie voor zijn partij en het presidentschap won. Hij dankte er de bijnaam ‘the comeback kid’ aan.

In 2000 verloor de Republikein George W. Bush in het staatje van John McCain, maar werd toch president. In 2008 klopte Hillary Clinton haar rivaal Barack Obama, hoewel die in Iowa had gewonnen. Uiteindelijk had Hillary het nakijken.

Kortom: New Hampshire is leuk en zeker spannend. Maar die electorale anderhalve man en een paardenkop bepalen uiteindelijk niet wie de volgende president wordt, al doen de kandidaten zelf en de media hun uiterste best om die indruk te wekken. En zoveel leuke beelden van de kandidaten en de kiezers zie je de rest van de campagne nergens meer.

Bernard Hammelburg is buitenlandcommentator van BNR Nieuwsradio.

Gerelateerde artikelen