Fact Club25 apr '13 22:18

The Fact Club | Jan Slagter en Henk Krol

Auteur: BNR Webredactie

Jan Slagter (voorzitter omroep MAX): "De Staat int ieder jaar 1,1% wat bestemd is voor de Publieke Omroep."#feitoffabel 19 april: Jan Slagter en Henk Krol.

Jan Slagter (voorzitter omroep MAX): “De Staat int ieder jaar 1,1% wat bestemd is voor de Publieke Omroep. Gaat om honderden miljoenen wat niet bij ons aankomt.” (Bron:Radio 1 Lunch) (Bron:Radio 1 Lunch)

Leg uit?
In 2000 werd het kijk- en luistergeld  door toenmalig staatssecretaris van cultuur en media Rick van der Ploeg afgeschaft. Hij wilde hiermee 60 miljoen gulden aan uitvoeringskosten besparen. Ter vervanging van het kijk en luister geld werd de inkomstenbelasting uit de eerste schijf met 1,1% verhoogd.

In de wet over de nieuwe regels van de financiering van de publieke omroep is niet vastgesteld dat de rijksbijdrage voor de publieke omroep uit een bepaald percentage van de inkomstenbelasting komt. Wel zei van de Ploeg destijds dat er een ‘stevig hekje’ om deze inkomsten bestemt voor de publieke omroep zou komen.

Hoeveel geld gaat er eigenlijk naar de publieke omroep?
De totale rijksbegroting voor media bedraagt in 2013 890miljoen euro700 miljoen euro komt uit de rijksbijdragen en 190 miljoen euro uit STER-inkomsten. In 2012 bedroeg de begroting nog 945 miljoen euro.

Er wordt dus wel bezuinigd?
Jazeker, Rutte I bezuinigde al 200 miljoen op de publieke omroep en Rutte II doet hier nog eens 100 miljoen bovenop. In 2015 valt de hardste klap, het totale budget voor media bedraagt dan 750 miljoen euro, 140 miljoen euro minder dan nu. De bezuiniging van Rutte II begint in 2016 met 50 miljoen en vanaf 2017 100 miljoen.

Maar dat hekje van van der Ploeg blijkt dus niet erg stevig?
Nee, er wordt vanuit het Rijk fors op de publieke omroep bezuinigd dus de toenmalige angst van omroepbestuurders dat fiscalisering van de publieke omroep tot bezuinigingen zou leiden is terecht. Hier moet wel bij gezegd worden dat het ministerie van OCW de hoogte van kijk en luister gelden bepaalde en deze natuurlijk ook kan verlagen.

Hoe wordt dat geld nu eigenlijk verdeeld?
Het grootste deel gaat de landelijke publieke omroep: 740 miljoen euro. Andere uitgavenposten zijn onder andere het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (20 mln), het Mediafonds (18 mln) het Filmfonds (7.5 mln), het Stimuleringsfonds voor de Pers (2 mln) en het Mediawijsheid Expertisecentrum (2 mln).

Binnen de publieke omroep gaat het meeste geld naar de NOS (173 miljoen). Ongeveer de helft van het geld wordt verdeeld over de ledenomroepen.

Bronnen
Eerste Kamer: Afschaffing omroepbijdrage Mediawet 
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden: Wet van 22 december 1999 tot wijziging van de Mediawet in verband met nieuwe regels omtrent de financiering van de publieke omroep (afschaffing omroepbijdrage) (pdf)
OCW: Mediabegroting 2013
OCW: Efficiëntieonderzoek Landelijke Publieke Omroep Eindrapportage
De Volkskrant: Van der Ploeg wil kijk- en luistergeld anders innen

Henk Krol (50Plus): “Laat duidelijk zijn dat je op basis van de huidige regeling 38 jaar gewerkt moet hebben om aanspraak te kunnen maken op de maximale WW-duur.”(bron debat Tweede Kamer over sociaal akkoord)

Context: Deze uitspraak deed Henk Krol op 17 april tijdens het debat over het sociaal akkoord. 50Plus ziet in het akkoord dat de publiek gefinancierde WW teruggaat van maximaal 38 maanden naar maximaal 24 maanden. Dit treft, aldus Krol, wederom de ouderen, aangezien je in de huidige regeling 38 jaar gewerkt moet hebben om in aanmerking te komen voor de maximale WW.

Uitleg: Je hoeft niet 38 jaar daadwerkelijk gewerkt te hebben om aanspraak te maken op de maximale WW-duur. Stel: je bent in 1957 geboren en hebt tot 1998 (tot je 41) niet gewerkt en sindsdien wel (de afgelopen 14 jaar) en je bent dit jaar (op je 56) ontslagen, dan heb je recht op de maximale WW-duur van 38 maanden.

Hoe komt dat?
Dat komt door het zogenaamde ‘fictieve’ arbeidsverleden. Om aanspraak te maken op de maximale WW-duur is een arbeidsverleden nodig van minimaal 38 jaar, maar dat betekent niet dat de werkloze ook 38 jaar daadwerkelijk gewerkt moet hebben. Het arbeidsverleden wordt namelijk bepaald door de optelsom van het fictieve en het feitelijke arbeidsverleden. Vanaf 1998 wordt gekeken naar de daadwerkelijk gewerkte jaren (het feitelijke arbeidsverleden). Maar de jaren vanaf iemands 18e tot 1998 tellen, ongeacht of diegene in die periode daadwerkelijk voldoende gewerkt heeft, mee voor het arbeidsverleden (het fictieve).

Hoe wordt de maximale uitkeringsduur bepaald?
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een ‘wekeneis’ en een ‘jareneis’. Je hebt recht op de minimale duur (drie maanden) van de WW-uitkering als je voldoet aan de wekeneis. Hiertoe moet je in de 36 weken voor je werkloosheid minimaal een half jaar minimaal één dag per week gewerkt hebben (vakantie en betaald verlof telt hierbij ook mee).

Om in aanmerking te komen voor een verlengde WW-uitkering moet je voldoen aan de jareneis. Hiertoe moet je in de vijf jaar voor je werkloosheid vier jaar lang voldoende hebben gewerkt. Dat betekent dat je tijdens deze vier jaar per jaar over minimaal 208 uur (vanaf 2013) of over minimaal 52 dagen (tussen 1998 en 2013) loon hebt ontvangen. Het aantal maanden dat je recht hebt op een verlengde WW uitkering is het aantal arbeidsjaren (fictief en feitelijk) min drie.

 De maximale WW-duur (de minimale WW plus de verlengde WW) is 38 maanden.

Wat gaat er veranderen met het sociale akkoord? 
De maximale duur van de WW wordt vanaf 2016 met één maand per kwartaal ingekort tot 24 maanden. Wel kunnen in CAO’s afspraken worden gemaakt over een aanvullende uitkering van 14 maanden.
Ook de opbouw van het recht op WW wordt anders. De eerste tien arbeidsjaren geven recht op een maand WW per gewerkt jaar. Voor de jaren daarna geldt een halve maand WW per gewerkt jaar. Elk arbeidsjaar vóór 2016 geeft recht op één maand WW.
De hoogte van de WW blijft loongerelateerd (in tegenstelling tot het regeerakkoord van Rutte II). Het publiek gefinancierde deel wordt voor de helft betaald door werkgevers en voor de andere helft door werknemers.

Hoeveel mensen ontvangen een WW-uitkering?
In maart 2013 werden er 379.700 ww-uitkeringen uitgekeerd. Dat zijn er zo’n 3000 meer dan in februari.

et aantal WW-uitkeringen ligt lager dan het door het CBS gemeten aantal werklozen. Dit komt onder andere doordat niet iedere werkloze een WW-uitkering aanvraagt, en doordat sommigen geen recht meer hebben op WW, maar nog wel werkloos zijn.

In maart 2013 zijn er 47.900 nieuwe WW-uitkeringen uitgekeerd, en 44.900 zijn er beëindigd (22.200 daarvan zijn er beëindigd vanwege werkhervatting, 16.600 vanwege verstrijken maximale uitkeringsduur).

Bronnen
Het sociaal akkoord
Rijksoverheid
De Werkloosheidswet
CBS

Gerelateerde artikelen