Texas11 apr '16 12:21Aangepast op 31 mei '16 15:32

Illinois: dáár woont-ie, de gemiddelde Amerikaan

Auteur: Bernard Hammelburg

Bestaat er in een zo divers land als de Verenigde Staten zoiets als een ‘gemiddelde Amerikaan’? Waarschijnlijk evenmin als dat er in Nederland een ‘gemiddelde’ burger is. Politici, psychologen en journalisten werken voortdurend met die gemiddelde man of vrouw. In Nederland plaatsen ze die in Dongen of Woerden. In Amerika woont hij Peoria, midden in de staat Illinois, en daarmee ook echt middenin de Verenigde Staten.

Foto: BNR
Foto: BNR

Waarschijnlijk was de komiek Groucho Marx de eerste die Peoria als criterium voor het gemiddelde Amerika introduceerde, als kwaliteitsnorm voor zijn grappen. ‘Will it play in Peoria?’, werd een uitdrukking in de Amerikaanse taal. John Ehrlichman, een van Richard Nixons adviseurs, gebruikte het zinnetje tijdens strategische zittingen in het Witte Huis. Fabel of niet, de meeste presidentskandidaten strijken er tijdens hun campagnes neer. Marketingbureaus gebruiken Peoria vaak om voor nieuwe producten ‘de polsslag van het land’ te meten. Filmdistributeurs proberen er hun nieuwste producties uit. Daarmee speelt dit op zichzelf onbetekenende plaatsje een hoofdrol in de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Het is een belangrijker graadmeter dan de stad waaraan Illinois zijn roem ontleent: Chicago.

Chicago is – gelukkig en terecht – wél beroemd. Na New York en Los Angeles is het de grootste Amerikaanse stad, geliefd om de schitterende architectuur, de theaters, musea en universiteiten, geroemd als geboorteplaats van de jazz, bemind om de prachtige winkels en restaurants, gevreesd om zijn misdaad.

Wat dat laatste betreft, heeft Chicago een lange traditie. In de eerste helft van de twintigste eeuw vestigden beruchte misdaadsyndicaten zich in de stad, met namen als Al Capone, John Dillinger, Richard Speck, H.H. Holmes, en de in film en een TV-serie verheerlijkte ‘crime fighter’ Elliot Ness. Misdaad blijft een enorm probleem, dat ongetwijfeld te maken heeft met de scheidslijn tussen het deftige deel van de stad, langs Lake Michigan, en de South Side, een luguber getto, nog altijd in de greep van gangs. Dominee Jesse Jackson, wiens burgerrechtenorganisatie PUSH in die buurt is gevestigd, deed vorig jaar een beroep op president Obama – zelf opgegroeid in de stad – om de noodtoestand af te kondigen. Die oproep kwam op het dieptepunt van een rel rondom politie-inspecteur Garry McCarthy, die verantwoordelijk werd gehouden voor de dood van een 17-jarige, zwarte verdachte, Laquan McDonald, die rondliep met een mes. Een agent, Jason Van Dyke, had van drie meter afstand in dertien seconden zestien schoten op de jongen gelost. Burgemeester Rahm Emanuel, de voormalige stafchef van president Obama, stond ook zonder deze moord al onder grote druk, want het aantal zware geweldsmisdrijven was in een jaar 21 procent gestegen.

Chicago’s misdaadprobleem is voor een belangrijk deel de aloude rassenkwestie. In de goede buurten wonen de blanke welgestelden, in de South Side vind je vooral zwarten, en het verschil in welstand is pijnlijk groot. Vandaar de enorme populariteit van hip-hop, en de militantere variant, gangsta-rap. Op een gangsta-rap concours in Chicago interviewde ik Jesse Jackson, die als eregast was uitgenodigd, maar zich kapot ergerde aan de terminologie van zware Amerikanen onder elkaar. In elke rap-tekst is een meisje een ‘bitch’ en een jongen afwisselend een ‘nigger’ of een ‘motherfucker.’ Het is een verschijnsel dat diep is verankerd in Ebonics, het ‘zwarte’ Amerikaanse Engels, maar dat Jackson gedurende het interview heel boos ‘denigrerend’ bleef noemen.

Maar het mooie Chicago wint gemakkelijk van de donkere kant. De schitterende boulevards rondom Michigan Avenue zijn een lust voor het oog, de stranden langs Lake Michigan zijn pareltjes, in het grote museum van de stad hangen meer impressionistische schilderijen dan in Parijs, de Wills Tower (vroeger de Sears Tower) is het hoogste gebouw in de westerse wereld en een architectonisch wonder. De Chicago Symphony is een van ’s werelds toporkesten, maar op muziekgebied is de stad buitengewoon veelzijdig. Het woord ‘jazz’ werd voor het eerst in Chicago gebruikt, toen muzikanten uit New Orleans naar het minder racistische noorden trokken en daar aparte varianten ontwikkelden die Chicago blues en Chicago Dixieland werden genoemd, met grote namen als Benny Goodman, Bud Freeman, Nat King Cole, Louis Armstrong en Sonny Boy Williamson. De ‘moderne Chicago jazz’ bracht ook sterren van wereldnaam voort: Miles Davis, Sonny Rollins, Ella Fitzgerald, Lionel Hampton en Jimmy Dawkins. Ook op het gebied van blues, house, soul en rock is Chicago een van ’s werelds belangrijkste centra. ‘My kind of town’, zong Frank Sinatra in 1964. Mooier kun je het eigenlijk niet zeggen.

Illinois heeft sinds 1955 de bijnaam ‘Land of Lincoln’, wat strikt genomen onzin is. Abraham Lincoln, de beroemde winnaar van de Burgeroorlog en afschaffer van de slavernij heeft er wel gewoond, maar is er niet geboren. Dat geldt ook voor de presidenten Grant en Obama, die met Illinois worden geassocieerd. De enige president die echt in de staat werd geboren, was Ronald Reagan. Hillary Clinton komt trouwens uit Chicago, en past dus ook in dit rijtje, als ze op 8 november de verkiezingen wint.

Nog een taalkundig misverstand: Chicago wordt ‘the windy city’ genoemd. Dat heeft niets te maken met de stevige bries die vaak over Lake Michigan komt aanwaaien. De term werd bedacht door een journalist, die vond dat ze in de gemeenteraad van Chicago erg veel debatteren en weinig bereiken. Politici als windmachines – best een aardig beeld, zeker in een verkiezingsjaar.

Bernard Hammelburg is buitenlandcommentator van BNR Nieuwsradio.


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen