Nieuws3 feb '15 16:59

OM: 'Strijd tegen jihad houdt ons nog jaren bezig'

Auteur: Bram van Dijk

Bart den Hartigh, verantwoordelijk binnen het Openbaar Ministerie voor terrorismebestrijding, denkt dat de strijd tegen jihadisten en ronselaars er een van lange adem is.

Omar H (rechts). Foto: ANP
Omar H (rechts). Foto: ANP

Dat zegt Den Hartigh bij BNR Juridische Zaken. "Onze inschatting is wel dat wij ons hiervoor de komende jaren met een hoge prioriteit zullen moeten en willen inzetten."

Meer geld
Moet er dan ook meer geld naar het OM? "Tja, er moet altijd geld bij, zeggen ze dan. Maar het is wel van belang. Het Openbaar Ministerie is een organisatie die behoorlijk getroffen is door bezuinigingen. Dat merken we ook. Er is nu extra geld beschikbaar gekomen en dat stelt ons in ieder geval in staat om officieren van justitie vrij te maken voor deze problematiek en genoeg kennis en expertise op dit vak bij te brengen. Dat is wel heel erg belangrijk."

Omar H.
Vorige week kreeg Omar H. in hoger beroep 1,5 jaar cel voor het voorbereiden van aanslagen en opruiing, maar hij was nergens meer de vinden: hij zijn eerder opgelegde straf al had uitgezeten. Het AD meldt dat hij alweer in Irak zit. Den Hartigh: "We zijn er natuurlijk niet blij mee, maar het onderstreept ook dat het strafrecht alleen niet voldoende is om dit probleem te bestrijden. Daarom werken we veel samen."

Het OM probeert hem nu op te sporen om hem weer achter de tralies te krijgen. "En als hij inderdaad op dit moment aan het vechten is in Syrië of Irak, dan maakt hij zich opnieuw schuldig aan strafbare feiten en zal hij daar opnieuw voor veroordeeld worden."

Is Omar H. op de internationale opsporingslijst geplaatst? "Ons beleid is altijd dat als er voldoende bewijs is dat iemand aan het strijden is in Irak, dat iemand op de internationaal opsporingslijst komt te staan. Of dat in dit geval het geval is, kan ik niet zeggen, maar die kans zit er wel in."

Eerder ingrijpen bij terrorisme
Er lopen nu veel zaken tegen jihadisten. Dat komt omdat er bij terrorismebestrijding eerder wordt ingegrepen, zegt Den Hartigh. "Als we bijvoorbeeld onderzoek doen naar een drugsbende die cocaïne smokkelt, dan willen we eigenlijk zoveel bewijs hebben dat als we de verdachte aanhouden, we zonder verklaring toch een bewijsbare strafzaak hebben."

Dit verschilt bij terrorismedreiging. "Bij terroristische misdrijven kan dat afwachten natuurlijk niet omdat je te allen tijde wil voorkomen dat ze hun plannen tot uitvoering brengen. Dus we grijpen eerder in. Dat betekent dat we op dat moment nog veel minder bewijs hebben en afhankelijk zijn van een huiszoeking of verklaringen. En als dat allemaal tot niets lijkt, moet je soms besluiten om de strafzaak te seponeren."

Gerelateerde artikelen