Nieuws4 mrt '15 10:28Aangepast op 4 mrt '15 13:09

RvS: Vreemdeling moet zelf in beeld blijven voor kinderpardon

Auteur: Karlijn Meinders

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie mag van vreemdelingen een actieve houding verwachten om 'in beeld te blijven' bij vreemdelingeninstanties om in aanmerking te komen voor de kinderpardonregeling.

Foto: ANP
Foto: ANP

Alleen traceerbaar zijn, is niet langer voldoende. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vandaag in vier uitspraken geoordeeld. De staatssecretaris had in alle zaken geweigerd om op grond van de kinderpardonregeling verblijfsvergunningen te verlenen omdat de vreemdelingen zich zouden hebben onttrokken aan het toezicht.

Kinderpardonregeling
In de kinderpardonregeling staat dat vreemdelingen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning als zij zich niet hebben onttrokken aan het toezicht. Volgens de staatssecretaris voldoet een vreemdeling daaraan als hij in beeld is bij ten minste de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de Dienst Terugkeer & Vertrek, de Vreemdelingenpolitie of voogdijinstelling Nidos.

Burgemeesters uit heel het land evenals oppositiepartijen keerden zich daartegen. Kinderen die in beeld waren bij gemeenten dienen volgens hen ook in aanmerking te komen. "Het moet niet uitmaken of je in beeld bent geweest bij de IND of dat je in beeld bent bij een gemeente ", zegt Hans Martijn Ostendorp, burgemeester van Bunnik. "Als je ingeschreven staat op een school ben je ook in beeld bij het ministerie van Onderwijs."

Actieve houding
Maar naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak mag van illegale vreemdelingen een actieve houding worden verwacht om in beeld te blijven bij instanties die belast zijn met het vreemdelingenbeleid. Het feit dat een vreemdeling contact heeft onderhouden met andere instanties, zoals een gemeente, is onvoldoende omdat die instanties niet zijn belast met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

Ostendorp is het daar niet mee eens. "Op het moment dat je met je kinderen actief door de Rijksoverheid uit het azc wordt gezet en er word je geen richting meegegeven van wat er van je wordt verwacht, dan vind ik niet dat je hen achteraf kan verwijten dat ze niet op die manier in beeld waren."

Had het gezegd, zegt de burgemeester. "Als je, wanneer je mensen uit het azc zet, aangeeft dat ze zich iedere week, iedere maand of ieder jaar bij die en die dienst moeten melden, dan kun je verwachten dat mensen dat doen. Maar hier heeft de overheid hen juist heel actief uit het Rijkstoezicht geplaatst." Waar het om gaat, zegt Ostendorp, is rechtvaardigheid.

 


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen