Nieuws24 jun '14 15:15

Kom nu toch eens in beweging!

Auteur: Marjan van den Berg

Ook al worden we niet dikker, toch blijven overgewicht, weinig beweging en ongezonde voeding ná roken de belangrijkste oorzaken van ziekte en sterfte. Waarom zijn we toch zo moeilijk in beweging te krijgen?

Het RIVM heeft vanochtend een verwachting omtrent de gezondheid van de Nederlanders voor de komende vijftien jaar aangeboden aan minister Edith Schippers (Volksgezondheid). Het RIVM baseert zijn verwachtingen op maatschappelijke ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar.

Het percentage mensen met overgewicht zal volgens het RIVM niet verder toenemen, maar ook niet afnemen. Dit betekent dat de helft van de Nederlanders de komende vijftien jaar zal blijven kampen met overgewicht.

Een op de drie Nederlanders beweegt te weinig; ook dit zal zo’n beetje gelijk blijven. Voldoende bewegen betekent minstens 5 dagen per week 30 minuten ‘matig intensief’ bewegen, zoals flink doorwandelen of fietsen. Fanatiek sporten hoeft dus niet eens. Voor kinderen geldt een norm van 5 dagen per week 60 minuten per dag.

Zo’n norm lijkt makkelijk haalbaar. Daarom noemt Marije Baart de la Faille, lector aan de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool InHolland, het “des te schrijnender” dat een derde van de Nederlanders zelfs dit niet haalt. “Waar hebben we het eigenlijk over, een halfuurtje.”

Risicofactoren
En dat terwijl is aangetoond dat weinig bewegen heel ongezond is, zegt ze. “Gebrek aan beweging is een van de risicofactoren om te sterven. Dat heeft ermee te maken dat je door onvoldoende beweging een grotere kans hebt op hart- en vaatziekten en verschillende andere aandoeningen. Ook voor cognitie, zowel op jongere als op oudere leeftijd, is bewegen van ontzettend belang. Ook aandoeningen als depressie zijn allemaal gerelateerd aan onvoldoende beweging in je dagelijks leven.”

Veilig buiten spelen
Volgens Paul Rosenmöller, voorzitter van het Convenant Gezond Gewicht, is het belangrijk dat de minister aandacht heeft voor specifieke groepen die relatief minder bewegen en meer overgewicht hebben, zoals mensen met lagere inkomens. “Het is echt ingewikkeld om die groep te bereiken. Daar doen wij heel veel aan, maar we willen eigenlijk de sociaal-economische gezondheidsverschillen niet vergroten, maar verkleinen, dus echt die groepen bereiken waar het probleem zich in essentie voordoet. Dat betekent dus ook dat kinderen in wijken waar heel veel mensen wonen op een kleine ruimte, veilig buiten moeten kunnen spelen.”

Onderwijs
Ook volgens Baart de la Faille is het belangrijk dat woonbuurten zo worden ingericht dat mensen zin krijgen om er te gaan wandelen, fietsen of spelen. En, voegt zij toe, omdat je daarmee niet iedereen in beweging krijgt, is daarnaast op scholen meer sportonderwijs nodig van vakleerkrachten. Soms is er wel een vakleerkracht, maar krijgen lang niet alle klassen les van hem of haar. “Dus dan is-ie er wel en kunnen we het wel 'afvinken', maar dan is-ie er niet altijd. Dat heeft echt te maken met budgetten en de ruimte die scholen zelf hebben om daarin hun eigen keuzes te maken.”


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen