Nieuws26 jul '13 06:40Aangepast op 26 jul '13 07:01

'Biercontracten met korte opzegtermijn zijn slecht idee'

Auteur: Pieter van den Akker

Het voorstel van Heineken om horecaondernemers voortaan alleen nog maar 'vrije, liberale' biercontracten met een korte opzegtermijn te laten tekenen, valt slecht bij concurrent-bierbrouwers Grolsch en Bavaria. Dat blijkt uit een kleine rondgang van BNR. Volgens Bavaria en Grolsch zou het ten koste gaan van de concurrentie op de biermarkt.

Heineken-topman Philip de Ridder blies de discussie over de veelbesproken biercontracten, die door sommigen worden beschouwd als wurgcontracten, eerder deze week nieuw leven in. Volgens hem zit de biermarkt op slot en ligt de sleutel voor het openbreken van de markt in handen van de ondernemers. De Ridder wil af van contracten waarmee ondernemers zich voor bijvoorbeeld vijf jaar aan een brouwer binden. "In die vijf jaar kun je ook niet onderhandelen en lig je dus ook echt vast", zegt hij tegen Misset Horeca.

Bavaria-directeur Peer Swinkels zegt in een reactie het plan van De Ridder niet te omarmen. Integendeel: "Zoals Heineken het voorstelt, krijg je een oneerlijk speelveld."

Marktdominantie
Swinkels wijst op Europese regelgeving die voor partijen met een marktaandeel van 30 procent of meer inhoudt dat ze geen langdurige contracten meer mogen afsluiten. De regels zijn erop gericht kleine en middelgrote spelers te kunnen laten overleven in een markt die wordt gedomineerd door één partij. In Nederland is Heineken marktleider met een marktaandeel van zo'n 50 procent in de horecabiermarkt. De andere brouwers hebben een kleiner marktaandeel dan 30 procent.

Swinkels: "Heineken heeft een heel sterke, dominante positie. Maar om de horecabiermarkt concurrerend te houden op lange termijn, is het zeer van belang dat er een goede, evenwichtige verdeling is van concurrentie op de markt en dat andere brouwers ook groot kunnen worden. Die andere brouwers kunnen niet groot worden als die Europese regels er niet zijn. Sterker nog, dan zouden de andere brouwers de markt uitgedrukt kunnen worden. Dan heb je op termijn helemaal geen concurrentie meer. Ik ben voor sterke concurrentie waarbij iedereen een eerlijke kans krijgt. Wij zijn maar een kleine partij. We hebben maar 6 procent van de markt en willen graag kunnen groeien."

Onderschat ondernemers niet
Het getuigt volgens Swinkels van onderschatting van de ondernemers om hen op te dragen welke contracten ze moeten tekenen. "Ondernemers zijn wel degelijk, nu zelfs meer dan ooit, in staat om heel goed te onderhandelen met brouwerijen. Dat merken we elke dag. We concurreren elke dag kei en keihard om ondernemers naar ons toe te krijgen. Zij kunnen heel goed onderhandelen en mogen met ons verschillende vormen van samenwerking aangaan. We gaan graag met ondernemers aan tafel zitten, zullen zeer concurrerende offertes doen, maar het is elke ondernemer vrij om te kiezen welke samenwerking ze met ons aangaan", legt hij uit.

Ook bij Grolsch kan het voorstel van Heineken niet op bijval rekenen. "Het voorstel van Heineken is niet goed voor de Nederlandse horecamarkt", zegt Helen ter Huurne van Grolsch. "Tom Verhaegen (Grolsch-CEO, red.) heeft de situatie al eens vergeleken met boksers. Een lichtgewicht kan dezelfde skills hebben als een zwaargewicht. Maar als dat zwaargewicht een keer een goede klap uitdeelt, heb je als lichtgewicht wel een probleem. Zo is het ook in de biermarkt. Heineken is marktleider, Grolsch is een middelgrote speler."

Beste beentje voor
Econoom Barbara Baarsma van de Stichting Economisch Onderzoek, die onder haar leiding het rapport 'Naar concurrentie op de tap' opstelde: “Heineken heeft de grootste prikkel om dit te zeggen, omdat ze meer dan 30 procent markaandeel hebben en daarom goedkeuring moet vragen voor hun gedragingen. De concurrenten van Heineken vallen allemaal onder die vrijstelling, Heineken zelf niet. Daarom hebben ze een prikkel het beste beentje voor te zetten en de rest te laten volgen. Maar de rest hóeft dit niet te volgen."

Een van de belangrijkste conclusies van het rapport 'Naar concurrentie op de tap' is dat de horecatapbiermarkt niet goed werkt. 'Zo is er voor de cafébezoeker weinig keuze aan de tap', valt in het rapport lezen. 'Er is doorgaans maar één soort tapbier te krijgen, doordat brouwerijen exclusiviteitseisen opleggen in de afspraken met horecaondernemers. Dit leidt tot hogere prijzen en minder prikkels voor innovatie wat nadelig is voor consumenten.'
 
Verschillende soorten bier
Volgens Peer Swinkels van Bavaria loopt het zo'n vaart niet met het 'de-klant-heeft-weinig-keus'-probleem. "Het is mijn stellige overtuiging dat de consument heel veel behoefte aan productvariatie en niet zozeer aan variatie tussen verschillende pilsmerken. Voor veel consumenten is het onderscheid tussen pils, een Bockbiertje, een Trappistenbiertje en een witbiertje vele malen relevanter dan of ze Heineken-, Bavaria- of Grolschpils op de tap kunnen krijgen."


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen