Nieuws10 apr '13 11:08

'Verdeling van subsidies over concertzalen moet eerlijker'

Auteur: Pieter van den Akker

De verdeling van subsidies over concertzalen is niet in evenwicht en dat leidt hier en daar tot marktverstoring. Dat zegt Concertgebouwdirecteur Simon Reinink op BNR. Hij vindt dat de politiek een duidelijker signaal moet afgeven aan alle culturele instellingen.

"Het wonderlijke is dat de politiek de afgelopen jaren steeds meer aanstuurt om het zelfverdienend vermogen te verhogen. Dan is het wel van belang dat dat level playing field eerlijk is om te zorgen dat je dat op een goede manier doet", vertelt Reinink in BNR Paul van Liempt.

Private financiering
Reinink pleit niet voor meer subsidie. Het Concertgebouw, dat 5 procent van de inkomsten dankt aan subsidies, blijft sterk inzetten op private financiering, zegt Reinink. "Wij hechten eraan ons particuliere karakter zoveel mogelijk overeind te houden. Dat past bij ons en dat is wat wij zijn."

Wel is het volgens hem zaak dat de overheid goed kijkt waaraan de subsidies worden besteed. "Je moet niet alleen naar een of twee podia in Amsterdam kijken, maar naar de totale culturele sector. Je moet in ieder geval zorgen dat je het pakket van belasting en subsidies zodanig uitbalanceert dat er meer level playing field komt."

Zijn concurrenten, zoals het Muziekgebouw aan 't IJ, krijgen veel meer subsidie dan het Concertgebouw. "Als je kijkt naar het hele artistieke landschap, is er wel een zekere marktverstoring door de subsidies", vindt Reinink. "Als je kijkt naar het aantal podia dat er de afgelopen decennia bij gekomen is en de subsidies die ze krijgen, dan ontstaat hier en daar wel wat scheefgroei tussen die podia die geen of nauwelijks subsudie krijgen en zij die dat wél krijgen."

Scheefgroei
Wat het gevolg is? "Waar dat toe kan leiden is dat artiesten kunnen gaan optreden in zalen waar ze vele hogere gages krijgen, omdat die zaal niet zo'n hoge kaartprijs hoeft te betalen omdat ze subsidies krijgen. Die artiesten kunnen bijvoorbeeld daar naar toe gaan. Het publiek kan kiezen voor een lagere kaartprijzen, omdat ze daar een groot deel van hun kaartje gesubsidieerd krijgen. Dus daar kan een zekere scheefgroei in ontstaan."

Bestaansrecht
Het is een lastig thema, vat Reinink samen. "De ene zaal is de andere niet. Ik denk dat heel veel van die kunstvormen het zonder subsidie niet kunnen stellen. Dat geldt overigens ook voor het Concertgebouw. Weliswaar zijn onze inkomsten voor 95 procent zelfverdiende inkomsten, maar zonder al die ensembles en orkesten die wel subsidie krijgen, zou het Concertgebouw natuurlijk geen bestaansrecht hebben. Dus het ligt allemaal wat genuanceerder."

Hij vindt het belangrijk dat de politiek zich dit onderwerp aantrekt. "Het is eigenlijk een negatieve belasting. Met fiscale maatregelen kan je bepaalde ontwikkelingen remmen of stimuleren. Hetzelfde geldt voor subsidies." Wat hij zelf zou willen? "Een soort level playing field waarbij je de subsidies zodanig verdeelt dat er een eerlijker situatie ontstaat ten aanzien van kaartprijzen voor het publiek. Dat zou enorm helpen."

Het is aan Amsterdamse raadsleden, zegt de Concertgebouwdirecteur ten slotte, om zichzelf verschillende vragen te stellen. "Wat is die cultuur ons waard? Wat vinden wij dat ons publiek, onze burgers, kwijt moeten zijn  aan cultuur? Als je zegt dat het heel belangrijk is en dat een kaartje nooit duurder mag zijn dan 20 euro, krijg je een heel andere discussie. Dat is een politieke beslissing."


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen