Nieuws28 aug '12 06:27Aangepast op 28 aug '12 09:13

Buitenlands beleid moet weer op de schop

Auteur: Thijs Baas

Het wil nog niet zo vlotten met het nieuwe beleid van minister Uri Rosenthal om diplomaten meer te laten betekenen voor de BV Nederland.

Het corps van diplomaten moet meer in dienst gaan staan van het Nederlandse bedrijfsleven, zo kondigde minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken aan bij zijn aantreden. Maar daar kwam tot nu toe weinig van terecht. Er moet meer personeel naar landen waar iets te halen valt en er moeten mensen weg uit landen waar weinig te halen valt.

Eenzijdig
Maar volgens sommigen is dat een eenzijdige benadering: buitenlands beleid gaat over meer dan economie en geld verdienen, denk aan kunstuitwisseling, vredesmissies, mensenrechten of gewoon verloren paspoorten vervangen. Toch was directeur Bart Jan Koopman van import- en exportkoepel Fenedex aanvankelijk optimistisch.

Daarvan is weinig meer over, want goede intenties zijn niet genoeg. Het is volgens Koopman van groot belang om niet te bezuinigen op personeel als je economische groei wilt bereiken. De koepel zit inmiddels met de nodige twijfels. "Het beleid is wel ingezet, maar het is nog redelijk vroeg om de uitkomsten van het beleid te kunnen interpreteren als echt geslaagd."

Samenvoegen
Ook het samenvoegen van de ministeries van Economische Zaken en Landbouw heeft het economische beleid van Buitenlandse Zaken er niet op verbeterd. "Wij vragen ons af of het wel zo slim is dat een land als Nederland zijn ministerie van Landbouw afschaft. Wij zijn toch een grote landbouwnatie", zegt handelsmarketeer Victor Phaff.

Rosenthal ziet dat iets anders. "Het is niet zo ontzettend belangrijk om te kijken of je nou een apart ministerie hebt of dat je dat samenbrengt in een bundeling van krachten met Economische Zaken en Innovatie. Wat veel belangrijker is, is een hands-on-mentaliteit. En op dat punt weet ik dat de bevordering van de export van de landbouw nu ook bij EL&I in goede handen is."

Handelsmissies
En dan is er nog het schrappen van handelsmissies, die Phaff als een grote achteruitgang ervaart. "Ga ik alleen als exporterend bedrijf, dan weet ik niet waar ik moet beginnen. Kom ik als missie binnen, dan ben ik een groep en dat opent deuren die anders toch gesloten blijven."

En dat geluid komt Phaff vaker tegen. "Daar praten we nu over omdat het straks misschien wel afgelopen is. Dat is er niet meer en dat vindt het midden- en kleinbedrijf erg jammer.

Het kan altijd beter, erkent Rosenthal. "Ik ben me er ten volle van bewust dat concurrentie in de wereld op het punt van ook die economische diplomatie enorm aan het toenemen. Wij staan er niet alleen in, ook andere landen als het Verenigd Koninkrijk is volop bezig die slag te maken. We proberen de handen ineen te slaan en ervoor te zorgen dat we er nog beter mee omgaan."

In de steigers
Het ministerie moet dan ook stevig aan de slag om het nieuwe beleid verder in de steigers te zetten. "Hoe zet je je posten daar op neer? Op welke landen focus je? Heb je daar voldoende capaciteit? Signaleer je de kansen en heb je mogelijkheden om bedrijven daar daadwerkelijk te helpen?

Dat zijn wat Koopman betreft de wezenlijke vragen. "En in het kielzog daarvan natuurlijk ook aandacht voor handelsverdragen, bilateraal en multilateraal. Op die manier het faciliteren van het Nederlandse bedrijfsleven. Dat zijn in combinatie met imagovorming en Holland branding de thema's waar het bedrijfsleven nu en in de toekomst wat aan heeft."

Gerelateerde artikelen