Nieuws12 jan '12 17:27

De ijzers zijn geslepen

Auteur: Karin Backx

Afgelopen weekend sleepte schaatser Sven Kramer weer een Europese titel allround in de wacht. En over twee weken mogen onze sprinttalenten hun geluk beproeven op het WK Sprint in Calgary.

Schaatsminnend Nederland zit weer met het puntje op hun stoel. Hoe ga je als schaatstalent om met deze druk en de moordende concurrentie in schaatsend Nederland?

Het jonge schaatstalent Jurian de Graaff praat erover met Jos Valentijn. De schaatser die in 1976 op het punt stond om Nederlands eerste wereldkampioen sprint te worden, maar waar het anders mee afliep.

De Graaff droomt ervan ooit zelf op een World Cup Wedstrijd te rijden. Hij is hiervoor zeven dagen in de week bezig met de sport.

Gevoel met het ijs

Volgens de jonge schaatser is de druk op presteren wel groot in de schaatswereld, maar het ligt ook een beetje aan de wedstrijd.

'Je moet ervoor zorgen dat je elk jaar weer opnieuw in de opleidingsploeg mag rijden. Hiervoor moet je een minimum aantal wedstrijdpunten halen. Je tekent hiervoor een contract.'

Een vast ritueel voor de wedstrijd heeft hij niet, maar hij doet wel altijd zijn handschoenen uit als hij aan de streep moet verschijnen. 'Dat heeft niets te maken met bijgeloof, maar met de wind langs mijn handen heb ik meer gevoel met het ijs.'

Druk opgevoerd

Voormalig Nederlands topschaatser Jos Valentijn vindt dat de druk vanuit de omgeving op de schaatsers wel vrij snel wordt opgevoerd.

'Ik vind het soms een overkill. Je moet je breed oriënteren op fysiek gebied en dan komt daar vanzelf wel een passie voor een sport uit. En dan hoeft dan niet vijf of zes keer in de week. Het moet avontuurlijk en uitdagend blijven', aldus Valentijn.

Om goed om te gaan met de druk adviseert Valentijn eerst wat zaken te beheersen en de doelen niet te hoog te stellen.

Kampioen wanen

'De doelen worden vaak door de omgeving bepaald, maar pas als je het echt in je hebt, de tijden kunt rijden en de techniek beheerst, dan pas ga je kijken hoe je de wedstrijd aanpakt.'

'Je moet je niet al kampioen wanen. Dat is toch vaak het grote ding, dat heb ik zelf ook meegemaakt. Je bent al bezig de prijzen te verdelen, terwijl je ze zelf nog moet rijden,' licht Valentijn toe.

 


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen