Nieuws13 mrt '12 06:09

President Duitse Centrale Bank doet een boekje open

Auteur: Anne-Greet Haars

De president van de Duitse Centrale Bank, Jens Weidmann, maakt zich grote zorgen over de financiële onbalans in de eurozone. Dat schrijft hij vandaag in een open brief in het Financieele Dagblad.

Volgens Weidmann leunen de zuidelijke landen zó enorm op geld van de Noordelijke Centrale Banken dat het evenwicht compleet verstoord is.

"Het is een ingewikkeld technisch verhaal, maar simpel gezegd maakt hij zich bezorgd over de geldstromen van de 'gezonde' Europese landen naar de Europese Centrale Bank", legt BNR's economieredacteur Paul Laseur uit.

"Vroeger, in economisch gezien goeie tijden, vloeide er heel veel overtollig geld naar de zuidelijke economieën, maar nu durft niemand daar meer te investeren en zetten wij onze overschotten massaal bij de Europese Centrale Bank. Onze vorderingen bij de ECB worden dus zo gigantisch groot, dat als die bank omvalt (en dus als de euro omvalt) we een heel groot probleem hebben."

Ondanks dat de kans dat de euro klapt niet heel groot lijkt, maakt de president van de Duitse Centrale Bank zich dus wel zorgen.

"Hij wil vooral benadrukken dat de eurozone en haar banken veel te afhankelijk zijn geworden van centrale bankgeld. De ECB voelt zich nu gedwongen de tekorten van de 'zieke' euro-landen te financieren; door bijvoorbeeld die actie van twee weken geleden, waarbij alle banken onbeperkt geld konden lenen bij de ECB", aldus Laseur.

Lees hier de open brief van Weidmann:

Wat gaat er schuil achter de 'Target2-saldo's'?

door Dr. Jens Weidmann, president van de Duitse Bundesbank.
Vertaling: Menno Grootveld

Tegenwoordig worden onder verwijzing naar de 'Target 2-saldo's' vaak kritische vragen gesteld over de bijdrage van het eurosysteem aan de indamming van de crisis van de Europese staatsfinanciën. Maar wat gaat er precies schuil achter dit vage begrip, dat door velen wordt gelijkgesteld met extra risico's voor de belastingbetaler?

Target2 is om zo te zeggen het leidingnet, waardoor de liquiditeit (lees: het geld) in de euroruimte circuleert. Met dit betaalsysteem wordt in de muntunie grensoverschrijdend geld tussen de nationale centrale banken heen- en weer gesluisd. Deze liquiditeit ontstaat in de afzonderlijke landen vooral door de herfinancieringsactiviteiten tussen de nationale banken en de handelsbanken. Een overboeking komt tot stand als geld van de centrale bank van het ene land naar een ander land wordt overgemaakt. Daardoor ontstaan vorderingen en verplichtingen tegenover de Europese Centrale Bank (ECB), die als een soort 'clearinghouse' fungeert. Bij de overmakende nationale bank ontstaat een verplichting – een negatief Target2-saldo. De ontvangende nationale bank krijgt een vordering – hier ontstaat een positief Target2-saldo. Als het geldbeleid in de euroruimte gecentraliseerd zou zijn bij de ECB, zou er geen sprake zijn van Target2-saldo's. Toch zou dit op zichzelf niets veranderen aan de risico's die voortvloeien uit de liquiditeitsinjecties.

In de tijd vóór de financiële crisis werden deze saldo's zoveel mogelijk vereffend. Door de nationale banken werd de banken via herfinancieringen feitelijk liquiditeit voor de minimaal vereiste reserves en het in omloop zijnde contante geld ter beschikking gesteld. Grensoverschrijdende financieringsbehoeften van de banken werden in de regel bevredigd via particuliere kapitaalstromen, zoals interbancaire kredieten. Sinds de uitbraak van de financiële crisis, maar vooral ook door de crisis van de staatsschulden, is in sommige landen het vertrouwen in de staatsfinanciën en in de banksystemen verdwenen. Private herfinancieringsbronnen, inclusief de markt voor interbancaire kredieten, werden minder vruchtbaar, leken te duur of vielen nagenoeg droog. Ter dekking van de liquiditeitsbehoefte, bijvoorbeeld als gevolg van het kopen van goederen of van het wegstromen van kapitaal, werd steeds vaker een beroep gedaan op het eurosysteem. Dat kon ook, omdat het eurosysteem sinds het begin van de financiële crisis zijn liquiditeitsinjecties geleidelijk heeft uitgebreid: liquiditeit werd in onbegrensde omvang tegen onderpand ter beschikking gesteld, tegen een lage rente en voor langere duur. Bovendien werden de eisen die aan het onderpand werden gesteld aanmerkelijk versoepeld.

De rol van de liquiditeitsinjecties is daardoor duidelijk veranderd: er werd niet alleen geld beschikbaar gesteld voor de vereiste minimumreserves; het eurosysteem vervangt in steeds grotere mate de markt voor interbancaire kredieten en andere grensoverschrijdende kapitaalstromen. Het totale volume aan herfinancieringsactiviteiten is gestegen van rond de 460 miljard euro vlak vóór de uitbraak van de financiële crisis naar ruim 1100 miljard euro nu. De gemiddelde looptijd van de kredieten is toegenomen van een paar weken naar bijna drie jaar. Tegelijkertijd is het aandeel van de landen van de Europese periferie in de herfinancieringsvolumes gestegen van een zesde naar ongeveer twee derde. Door de voortdurende netto-uitstroom van liquiditeit uit de periferielanfen hebben deze landen Target2-verplichtingen ter hoogte van ruim 750 miljard euro opgebouwd.

Het is de taak van het eurosysteem om liquiditeiten ter beschikking te stellen – aan solvabele banken, tegen voldoende onderpand en zonder de prijsstabiliteit in gevaar te brengen. Daardoor wordt de verstrekking van kredieten gegarandeerd, en kan ook de stabiliteit van de financiële markten worden versterkt. Tegelijkertijd moet echter de scheiding tussen het monetaire en financiële beleid in acht worden genomen, in het bijzonder het verbod om de begroting monetair te financieren. Het is niet de taak van het monetaire beleid om krakkemikkige banken kunstmatig in leven te houden of ervoor te zorgen dat staten hun betalingsverplichtingen kunnen nakomen. Alleen gekozen regeringen en parlementen mogen beslissen over het afwentelen van grotere solvabiliteitsrisico's van banken of staten op de belastingbetalers van de lidstaten. Het is niet altijd even goed mogelijk onderscheid te maken tussen liquiditeitstekorten en solvabiliteitsrisico's bij banken, en zeker in crisissituaties is een bepaalde mate van flexibiliteit wenselijk. Daardoor nemen echter ook de risico's voor de balansen van de nationale banken toe, en kunnen er verkeerde prikkels worden gegeven, met ernstige gevolgen.

De toename van de Target2-saldo's kan dus absoluut een uitdrukking zijn van een monetair beleid, dat rekening houdt met liquiditeitscrises die zijn ontstaan in het kader van zijn mandaat. In zoverre is de kritiek op de saldo's – en dat heeft de Bundesbank iedere keer weer benadrukt – niet juist. Volgens mij vormen de Target2-vorderingen van de Bundesbank ook geen op zichzelf staand risico, omdat ik een uit elkaar vallen van de muntunie eenvoudigweg absurd vind. Of en in welke mate eventuele verliezen uit de liquiditeitsinjecties zullen doorwerken op de balans van de Bundesbank hangt niet af van de hoogte van de Target2-vorderingen van de Bundesbank. Dat geldt ook voor de hypothetische en in de publiciteit alom besproken mogelijkheid van het uittreden van een land met een negatief Target2-saldo. Ook in zo'n geval, waarvan ik niet uitga, vloeit het risico voort uit de aarde en de omvang van de liquiditeitsinjectie. Daarnaast zou het tot gedeeltelijke schuldenkwijtschelding door de ECB kunnen komen. Verliezen van de ECB zouden in dat geval door alle nationale banken van het eurosysteem worden gedragen – onafhankelijk van hun Target2-saldo.

In het eurosysteem bestaat echter brede overeenstemming over het feit dat de monetaire noodmaatregelen begrensd en tijdelijk zijn, en dat ze in geen enkel geval tot excuus mogen dienen om de noodzakelijke hervormingen van het financiële en economische beleid op te schorten. Het ligt mij na aan het hart dat hierdoor geen stabiliteitsrisico's ontstaan. Dat zou immers kunnen gebeuren wanneer de indruk ontstaat dat het monetair beleid wordt geregeerd door het financieel beleid. De risico's, die het eurosysteem op zich neemt, zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk, maar wij zetten ons er nadrukkelijk voor in dat zij binnen aanvaardbare grenzen blijven. Dat houdt ook in, dat het eurosysteem snel moet bedenken hoe de omvangrijke liquiditeitsinjecties door de nationale banken op tijd worden teruggehaald, zodat er geen inflatiegevaar ontstaat. De sleutel van de oplossing van de crisis ligt uiteindelijk niet bij de nationale banken, maar bij de lidstaten.

Gerelateerde artikelen