Arbeidsmarkt17 nov '17 14:22

Nationaal plan voorkomt mismatch tussen mbo’ers en banen

Auteur: Lotte Elbrink

Sectoren als de bouw, de zorg en techniek staan te springen om méér mbo'ers. Maar door snelle veranderingen op de arbeidsmarkten ontstaan er juist steeds meer 'mismatches'. Daarvoor waarschuwen de Sociaal Economische Raad (SER) en de MBO-raad.

( ANP)

Mbo’ers kiezen vooral voor economische administratieve opleidingen, terwijl het werk juist zit in de bouw, zorg, ICT en techniek. De SER pleit daarom voor een levenslange leercultuur. ‘Op school moeten jongeren zich er al bewust van worden dat het leren niet stopt bij het krijgen van een diploma’, zegt Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER.

‘Wil je als mbo’er de wedstrijd op de arbeidsmarkt blijven spelen, dan moet je later in je carrière terug voor bijscholing’, reageert Ton Heerts, voorzitter van de MBO-raad.

Nationaal plan

Om mbo’ers goed opgeleid te houden en hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren moet er een nationaal plan komen. De SER noemt dit het vaardigheidsakkoord. ‘Waarbij bedrijven, onderwijs en overheid de handen ineen slaan’, aldus Hamer. ‘Door actuele ontwikkelingen verandert het werk snel. Om jongeren bij de tijd te houden is het nodig dat alle partijen goed samenwerken.'

Bedrijven moeten op hun beurt goed overwegen of ze voor bepaalde functies een mbo'er of hbo'er inschakelen. 'Er wordt vaak al snel gekozen voor een hbo’er. Terwijl er genoeg mbo’ers zijn die net zo geschikt zijn voor de werkzaamheden.'

Politiek

Volgens Heerts is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de politiek: ‘het regeerakkoord investeert veel in onderwijs, maar één aspect komt niet aan bod: een leven lang leren. Waar we bijvoorbeeld echt naartoe moeten is dat mbo’ers de gelegenheid krijgen om zich op flexibele tijden te laten bijscholen.’

Opleiding

Maar ook tijdens de opleiding moet er volgens Hamer meer aandacht komen voor wat de toekomst te bieden heeft. ‘Om jongeren te helpen met het kiezen van de juiste vakken, is er meer begeleiding nodig’, vertelt Hamer. ‘Daar zouden we in het voorgezet onderwijs al mee kunnen starten. We moeten naar een praktijkgerichte aanpak. Geef jongeren al vroeg goede voorlichting over verschillende beroepen en laat ze meekijken in de praktijk. Zo krijgen ze een beter beeld van waar ze het meeste kans hebben op een baan.’


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen