Arbeidsmarkt5 jan '22 06:27Aangepast op 5 jan '22 08:31

Lonen stegen in 2021 net zo hard als prijzen

Auteurs: Wesley Weerts en Mark van Harreveld

De lonen stegen afgelopen jaar ongeveer even hard als de prijzen. Gemiddeld verhoogden werkgevers ons salaris met 2,5 procent. Dat blijkt uit analyse van salarisverwerker Van Spaendonck op verzoek van BNR.

(Foto: ANP / Hollandse Hoogte / Hans van Rhoon)

Manager Arbeidsverhoudingen Giel Schikhof van Wissenraet Van Spaendonck wijst op wat hij 'de coronabranches' noemt, oftewel branches die geheel of gedeeltelijk dicht zijn door corona. 'Daar hebben partijen afgesproken dat ze alleen verhogen met de verhoging van het minimumloon, dat is nog geen procent op jaarbasis.' Volgens Schikhof heeft de personeelskrapte geen invloed op de loonstijging: Wie het hele jaar in dienst was, zag het loon stijgen met alleen de verhoging van het minimumloon, maar wie tussentijds in dienst kwam zag wel een kleine loonstijging.

Weinig verandering

Schikhof ziet voorlopig weinig verandering. 'Met name in de detailhandel is het vreselijk, daar stapelen ze verliezen op verliezen en hebben ze echt geen geld voor een loonsverhoging. Dat geldt ook voor de kappers.' Volgens Schikhof willen werkgevers hun personeel dolgraag behouden en belonen, maar gaat het geld er 'met bakken uit aan vaste lasten' en dekt de NOW-regeling de kosten niet.

Volgens het CBS ligt de inflatie tot en met november 2021 gemiddeld op 2,4 procent. De lonen stegen dus ongeveer even hard als de prijzen. Dat kwam vooral door de lagere inflatie aan het begin van het jaar, daarna liepen de prijzen hard op. De inflatie was in november 5,2 procent en daarmee in bijna 40 jaar niet zo hoog.

Gat tussen inflatie en loon

Nu de inflatie door het dak gaat, stijgen de lonen niet in hetzelfde tempo mee, erkent Jannes van der Velde van werkgeversvereniging AWVN. 'De loonontwikkeling loopt altijd achter op de economie. Als de economie aantrekt, stijgen de lonen langzaam. Maar bij een terugval blijven de lonen ook langer op een hoger niveau.'

Verder verklaart Van der Velde de achterblijvende lonen doordat bedrijven niet in dezelfde mate profiteren van de coronapandemie. 'In de afgelopen twee jaar waren er bedrijven die heel goed presteerden, daar zijn hogere lonen afgesproken. Maar in sectoren waar het slecht ging, groeiden de lonen niet of heel beperkt.'

Onzekerheid

Tegelijkertijd signaleert hij dat werkgevers worstelen met veel onzekerheid: 'Er zijn nieuwe maatregelen aangekondigd waarvan het effect onduidelijk is. Ook stopt op een gegeven moment de NOW-steun, zoiets kan ook een rijk land als Nederland niet oneindig overeind houden.'

Volgens Van der Velde moeten vakbonden en werkgevers daarom samen beslissen of en hoeveel loonstijging verantwoord is. 'Vakbonden hebben belang bij hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden, maar ze weten ook dat werknemers de klos zijn bij een faillissement. Dat is de balanceer-act die onderhandelaars voortdurend moeten doen.'

Door die onzekerheid willen werkgevers voortaan loonsverhogingen in een cao kunnen intrekken als ze in zwaar weer terechtkomen. Van der Velde benadrukt dat het niet gaat om verhogingen die al gegeven zijn. 'Het gaat ons er niet om dat je dingen terugdraait, maar dat je zaken voorwaardelijk doet. Je kunt afspreken dat als het goed gaat er 3 procent bijkomt en als het minder gaat 2 procent.' Vakbond FNV noemde het voorstel van de werkgevers eerder 'ronduit asociaal, symboolpolitiek en tekenend voor de verharde opstelling van werkgevers aan de cao-tafel'.

Van Spaendonck maakt voor de analyse gebruik van gegevens van 1,2 miljoen werknemers, werkzaam bij 139 duizend werkgevers binnen de 18 grootste MKB-sectoren in Nederland waarop een cao van toepassing is.


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen