Binnenland15 nov '19 12:38Aangepast op 29 nov '19 14:01

Huidige PFAS-meting onbetrouwbaar, minister steunt RIVM

Auteur: BNR Webredactie

De huidige gehanteerde PFAS-meting geeft een onbetrouwbaar en onnauwkeurig beeld. Dat blijkt uit een rapport van bureau S&R Milieuadvies in opdracht van de Nederlandse Vereniging Van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven. S&R Milieuadvies liet een stuk grond analyseren door drie verschillende laboratoria met als resultaat drie stuk voor stuk significant verschillende PFAS-uitkomsten. Minister Van Veldhoven zegt dat het RIVM moet beoordelen of metingen betrouwbaar zijn.

Lees ook | PFAS-norm wordt verhoogd

Van Veldhoven legt beleid niet stil

Politiek verslaggever Laurens Boven vroeg minister Van Veldhoven of ze haar beleid niet moest stil leggen nu de metingen zo onbetrouwbaar blijken. Van Veldhoven zegt dat het aan het RIVM is om dat beoordelen en dat 'zij de metingen wél voldoende betrouwbaar vinden'.

Die norm moet omhoog

Projectleider Sander Vermaat van S&R Milieuadvies spreekt tegen BNR van een spreiding van uitkomsten die ver boven de norm van 0,1 microgram PFAS liggen. Dit laat zien dat de norm zó streng is, dat hij niet gemeten kan worden. Laat staan dat je nul meet, die valt immers binnen de foutmarges. Ergo, het maakt niet uit welke grond je onderzoekt, je zult er altijd PFAS in aantreffen. Die norm moet dus omhoog. Vermaat: 'Wij denken dat een norm van 5 tot 10 microgram per kilogram droge stof veel realistischer is'.

Lees hier het rapport:

Document: NVPG_Rapport oriënterend ringonderzoek PFAS verbindingen in grond_def.pdf

Een raadsel wie die 0,1 heeft vastgesteld

Directeur Jaap van der Bom van de Nederlandse Vereniging Van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven: 'We hebben vastgesteld dat het onverklaarbaar is dat je op bepaalde locaties bepaalde PFAS-verbindingen vindt. Wie die 0,1 heeft vastgesteld is voor mij een volkomen raadsel. Als je naar het onderzoek kijkt, vind je 0,34 microgram in het ene laboratorium en 2,7 in het andere. Dat is een enorm verschil. Op basis van dit oriënterend onderzoek zou je in principe met een bepalingsgrens van 5 microgram per kilogram een redelijke zekerheid hebben dat die waardes kunnen worden gevonden'. Van der Bom pleit voor meer onderzoek.

Gerelateerde artikelen