innovatienieuws7 aug '14 20:48

Slimme fabrieken als product van astronomen

Auteur: BNR Webredactie

Marco de Vos is mededirecteur van Astron, een vermaard astronomisch instituut op de Drentse hei. Hij heeft net zitting genomen in een team experts dat nadenkt over vergaande automatisering en robotisering binnen de industrie.

Dat is minder raar dan het op het eerste gezicht lijkt, legt De Vos uit. Stichting ASTRON, Netherlands Institute for Radio Astronomy. Trefwoorden: automatisering, high tech, innovatie, ondernemen, samenwerking, strategie De verwondering dateert al van begin dit jaar. Toen maakte een groep bedrijven, waaronder Philips en Fokker, bekend dat ze de handen ineen hebben geslagen om samen te werken aan nieuwe, ‘slimme’ fabrieken.

Dankzij sensoren en software moeten machines met elkaar leren ‘praten’ en zorgen voor een flexibele en foutloze productie van alles, van vleugelpanelen tot scheerapparaten. Opvallend genoeg had ook Astron, een astronomisch onderzoeksinstituut, zich aangesloten. En vorige maand bleek dat een mededirecteur van Astron, Marco de Vos, ook nog eens gevraagd is om met allerlei industriële kopstukken na te denken over nieuwe productietechnieken in de hightechsector.

Lichtjaren
Dat roept vragen op. Wat hebben de sterren gemeen met Philishaves? Wie daar een antwoord op wil krijgen, moet op bezoek bij Astron, vlak bij het Drentse Dwingeloo. Na een tocht door de bossen, langs de hei en over een zandweg (er is een wegomlegging) ligt daar een modern, strak vormgegeven pand. Buiten, op de parkeerplaats, staat een groepje Chinese onderzoekers te genieten van de zomerzon.

Binnen wordt gewerkt aan een nieuwe telescoop die gebouwd gaat worden in Australië en Zuid-Afrika en die astronomen meer moet leren over de oerknal en het verder vorm krijgen van de ruimte daarna. De industriële werkelijkheid van lean-and-mean produceren, winst maken en concurrenten verslaan, lijkt hier lichtjaren ver weg te liggen.

Uitdaging
Schijn bedriegt, legt De Vos in zijn kantoor uit. Astron heeft twintig jaar geleden doelbewust de banden aangehaald met het regionale bedrijfsleven. Ondernemingen uit Friesland, Drenthe en Groningen werd gevraagd mee te werken aan een nieuwe generatie telescopen. Dat was goed voor Astron zelf, maar ook voor de economische ontwikkeling van Noord-Nederland. "We hebben veel kennis in huis en we voelen de maatschappelijke plicht om die te delen", aldus De Vos.

Astron heeft bovendien enkele problemen met het bedrijfsleven gemeen. Denk aan de arbeidsmarkt. Voor de astronomen uit Dwingeloo is het net zo’n uitdaging om schaarse ingenieurs en goed opgeleide vaklui te vinden als bijvoorbeeld voor Philips in Drachten of voor Fokker in Hoogeveen. De zorg over het aanbod van technici bracht De Vos aan tafel met de top van de Friese Philips-fabriek. Dat contact leerde beide partijen dat ze nog meer met elkaar gemeen hebben: ze willen beide flexibeler kunnen werken.

Handvat
Voor bedrijven is dat noodzakelijk omdat klanten geen genoegen meer nemen met massaproducten. Ze hebben specifieke, individuele eisen en willen dat producenten daar rekening mee houden. Krachtige computers en slimme software maken dat, in principe, mogelijk. Machines en robots kunnen daardoor scheerapparaten maken waarbij elk handvat op maat is gemaakt. Een klant scant zijn handafdruk, mailt die door naar de fabrikant en, voilà, daar rolt een apparaat van de band dat speciaal voor hem is gemaakt. Dat is de toekomst waar Philips met zijn fabriek in Drachten heen wil. Maar de weg daarnaartoe kent nog de nodige hobbels en vergt veel kennis van het meten en verwerken van grote hoeveelheden gegevens.

'Big data'
Astron is een van de partijen die daarbij kan helpen. Dat komt, aldus De Vos, doordat de Drentse astronomen al sinds jaar en dag ervaring hebben met het opvangen, filteren en ‘lezen’ van straling uit de ruimte. Lang voordat het begrip ‘big data’ was uitgevonden, werkte Astron er al mee. Bovendien willen de Drentse astronomen net zo snel kunnen schakelen als de hightechindustrie. ‘Philips wil flexibel zijn en wij ook’, aldus De Vos. ‘Wij willen binnen een fractie van een seconde onze blik van de ene kant van de hemel naar de andere kunnen richten. Als ergens een ster uiteenspat, wil ik daar onmiddellijk op in kunnen zoomen.’

Met de zogeheten Lofar, een telescoop die in 2010 in gebruik werd genomen, is Astron daar al een heel eind in geslaagd. Voor een belangrijk deel is dit te danken aan nieuwe software en hogere wiskunde. Dat zijn meteen ook de werelden waar de sterren en scheerapparaten elkaar raken. ‘De synergieën zijn misschien niet onmiddellijk zichtbaar, maar in de denkwijze en hoge intelligentie zijn die er wel degelijk. Op dat niveau kampen we met dezelfde problematiek.’

Testen
Een van de zaken waar Astron momenteel nog tegenaan loopt is dat de eigen, zelfontworpen software en rekenmethodes niet altijd goed werken. Door te testen in fabrieken, waar uitval uit den boze is, hoopt het instituut op dit punt vooruitgang te boeken. ‘Als het gaat om de robuustheid van onze systemen moeten we echt nog stappen zetten", zegt De Vos. "Een industriële omgeving gaat ons dwingen daarin te slagen. Dat is een prikkel die wij goed kunnen gebruiken."

Actieprogramma
Team Smart Industry Deze week komen ze voor de tweede keer bijeen: de veertien leden van Team Smart Industry, allen personen van naam en faam binnen de Nederlandse hightechsector. Samen werken ze aan een ‘actieprogramma’ om de Nederlandse industrie klaar te stomen voor de toekomst. Via internet, sensortechnologie en nieuwe rekenmethodes moeten fabrieken voortaan in staat zijn zichzelf snel en automatisch in te stellen op het maken van nieuwe producten.

Machines moeten bovendien zelf fouten in het productieproces kunnen ontdekken en corrigeren. De Belgen, de Denen en de Duitsers hebben hier al nationale onderzoeksprogramma’s voor in het leven geroepen. De overheid hier ziet ook de noodzaak in van een gezamenlijke Nederlandse aanpak. Maar in tegenstelling tot de buurlanden wil de regering in Den Haag er geen extra geld voor uittrekken.

De steun van minister Henk Kamp van Economische Zaken (EZ) is vooral symbolisch. Hij werkt in woord en gebaar mee aan een kar die vooral getrokken wordt door onderzoeksinstituut TNO en werkgeversorganisatie FME. Kamp vroeg in april aan FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming om het team te vormen dat de agenda moet opstellen voor verdere automatisering binnen de industrie.

Begin juni maakte Dezentjé haar ploeg bekend. In het team zitten onder meer vertegenwoordigers van Philips, Fokker en Unilever, maar ook mensen van de TU Delft en de TU Eindhoven, plus een ambtenaar van EZ, een directeur van TNO en de voorzitter van branchevereniging Nederland ICT. Hun aandacht richt zich voor een groot deel op onderwijs en kennisontwikkeling op het gebied van informatietechnologie. Daarnaast wordt nagedacht over methodes om digitale gegevens veilig en gestandaardiseerd uit te wisselen.

Het is de bedoeling dat Team Smart Industry halverwege oktober zijn programma bekend zal maken. Lees ook: Nieuwe Drentse telescoop kijkt verder dan ooit de ruimte in.

Bron: Financieele Dagblad

Gerelateerde artikelen