Gezondheid5 feb '18 10:54

'Kankermedicijnen veel sneller op de markt'

Auteur: BNR Webredactie

KWF Kankerbestrijding en drie ministeries investeren 125 miljoen euro in een nieuw instituut met de naam Oncode. Het doel: samen zo snel mogelijk de code van kanker kraken, maar ook nieuwe doorbraken sneller op de markt brengen.

Eén van de initiatiefnemers van Oncode is professor René Bernards, verbonden aan het Nederlands Kanker Instituut en Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis. Volgens hem kan door de aanpak van Oncode een eerste test van een kankermedicijn bij een patiënt anderhalf jaar sneller worden gedaan dan tot nu toe het geval was. Nu duurt het veel te lang voordat doorbraken kunnen worden getest in patiënten, zegt Bernards: 'Dat komt voornamelijk doordat de farmaceutische industrie erg langzaam werkt in het starten van nieuwe klinische studies. Daar gaat vaak wel anderhalf tot twee jaar aan discussies aan vooraf voordat je een eerste patiënt kunt gaan behandelen op basis van een nieuw inzicht'.

Eigen beheer

Met het geld van het Oncode-instituut willen de initiatiefnemers de eerste studies in patiënten in eigen beheer gaan doen, zodat ze niet langer afhankelijk zijn van die discussie met de farmaceutische industrie.

Bernards denkt dat de farmaceutische industrie ook blij is met Oncode: 'Als je naar een farmaceut gaat en zegt: 'Ik heb een nieuw idee en kijk, het werkt in de eerste 20 patiënten uitstekend', dan heb je hun onverdeelde aandacht, dat is is een ding dat zeker is'. Oncode wil in overleg met instanties als het EMA, dat nu naar Amsterdam komt om te praten over snelle toelatingsprocedures. 'Kankerpatiënten kunnen natuurlijk uiteindelijk niet eindeloos wachten op nieuwe behandelingen, er moet snel geschakeld kunnen worden.'

Onderzoek

Verder wordt een flink deel van het geld gebruikt om 'met kracht' het fundamenteel onderzoek naar kanker voort te zetten in de hoop dat daaruit weer nieuwe inzichten komen en nieuwe studies waar patiënten van kunnen profiteren.

Bang dat het met het nieuwe instituut, weer een schakel in de keten van zorgverleners, farmaceuten en patiënten, nog bureaucratischer wordt, is Bernards niet: 'Het is in feite een virtueel instituut, de 43 aangesloten onderzoekers blijven werken waar ze werken, maar we krijgen wel alle voordelen van het lid zijn van een instituut, waaronder ondersteuning door een groot technology transfer team, dat de contacten met de farmaceutische industrie aanhoudt, en waardoor we ook direct bij de juiste persoon terechtkomen als we iets willen doen in samenwerking met die farmaceutische industrie.

Gerelateerde artikelen