
In de Europese Unie wordt nog onderhandeld over de praktische invulling van het digitaal coronacertificaat (DCC). Met zo'n DCC kunnen inwoners van de EU-lidstaten laten zien dat ze recent getest zijn, gevaccineerd zijn of van een besmetting zijn hersteld. Het land waar ze naartoe willen, moet ze dan in principe toelaten. De vraag is nog in welke gevallen het nodig is om zo'n certificaat te laten zien en wanneer mensen voor een certificaat in aanmerking komen.
Informatie-jungle
Volgens directeur Frank Oostdam van de brancheclub van reisorganisaties ANVR is het aantal boekingen in weerwil van de verwachtingen wat afgevlakt. 'Dat komt door onduidelijkheid en onzekerheid bij consumenten. We worden met vragen bestookt, iedereen zit in die informatie-jungle. Het is echter de bestemming die bepaalt welke tests een vakantieganger moet nemen, of hoe lang van tevoren. Je hoeft geen tests te doen in transitlanden waar je doorheen komt.'
'De insteek van de Nederlandse regering is om het zo geharmoniseerd mogelijk te doen, ze proberen het Europees te regelen.'
De Jonge heeft een aantal bedenkingen bij het voorstel van de Europese Commissie. Zo is de vraag of mensen direct een certificaat moeten krijgen als ze volledig zijn gevaccineerd, zoals Nederland graag wil, of pas twee weken later als de inenting volledig werkt.
Verder pleit De Jonge ervoor dat de regels rond de maximale besmettingsgraad in een land minder streng worden, en dat er ook gekeken wordt naar de vaccinatiegraad en verspreiding van het virus. Hij vindt het evenmin nodig om een DCC te vragen aan kinderen van zes jaar en ouder, zoals nu het idee is. Nederland zou die grens liever op 13 jaar stellen. Hij sprak overigens wel de verwachting uit dat er een compromis van 12 jaar uit zou komen.