Gezondheid21 mei '22 11:00Aangepast op 23 mei '22 13:18

Gommers: 'De manier waarop sommigen zijn gestorven is inhumaan'

Auteur: Remy Kock

In de piek van de coronacrisis zijn er in Nederland mensen inhumaan gestorven, zo betoogt arts Diederik Gommers in de eerste aflevering van het slotdrieluik van Vraag het Gommers. 'Er zijn mensen nagenoeg alleen gestorven, dat men alleen achter glas naar elkaar mocht zwaaien. Daarvoor ben je niet voor op aarde gekomen.'

Het lijkt een eeuwigheid geleden: 27 februari 2020. Het was op die dag dat toenmalig minister Bruno Bruins van Medische Zorg tijdens een persconferentie op televisie een briefje in zijn handen gedrukt kreeg; een briefje dat de helse toekomst zou voorspellen die de daaropvolgende twee jaar realiteit was. De eerste coronapatiënt in Nederland was in Tilburg opgedoken.

Nu corona in de volgende fase is beland blikt BNR uitgebreid terug op de afgelopen twee coronajaren met IC-arts en voormalig OMT-lid Diederik Gommers. Presentator Kees Dorresteijn heeft hem uitgebreid gesproken om zo een blik achter de schermen te krijgen over wat Gommers in die twee jaar heeft meegemaakt. De terugblik is het slotstuk van de podcast-serie Vraag het Gommers, die de twee anderhalf jaar voor BNR hebben gemaakt. Deel 1 van de terugblik - is ook als podcast beschikbaar.

Het bericht uit Italië

'In het weekend van 7 en 8 maart werd ik gebeld door een collega. Die zei tegen mij 'In Italië gaat het helemaal los, bereid je maar voor.'

Op een grootschalige verspreiding, zoals bij het Sars-virus, werd in eerste instantie niet gerekend. 'Het OMT was al eens in januari bijeen gekomen, omdat ze hadden gehoord van het virus in Azië. Het leek in het begin op het Sars-virus, dat ooit nog in Canada opdook, maar verder ons nooit bereikte. Covid verliep anders, want het kwam tot Italië en kwam vervolgens naar Nederland. De eerste Nederlandse besmetting was in Tilburg. Maar tóch kwam het pas binnen toen ik in het ziekenhuis in Erp kwam, in Bernhoven. Daar zag je pas wat voor effect het had, hoeveel mensen er met covid lagen. Dat was letterlijk het enige waar artsen en verpleegkundigen mee bezig konden zijn. Daar schrok ik echt van. Er zit écht een verschil tussen kijken naar beelden en dingen bedenken, of iets daadwerkelijk voelen.'

Volgens Gommers was er dan ook sprake van een tweedeling in het land. 'In Brabant en Limburg liep het de spuigaten uit, maar boven de rivieren zaten we te kijken van 'eerst maar zien of het bij ons ook zo gebeurt.' Een gekke conclusie, zo geeft Gommers toe. 'Maar misschien was het een soort van overlevingstactiek. Het had niets met politiek te maken, want zij realiseerden zich ook meteen dat alles op alles moest worden gezet om het weer goed te maken.'

Het kwartje over de ernst van de situatie viel voor Gommers pas in het eerste Catshuis-overleg begin maart . 'Dat was op 15 maart, een dag voor de eerste persconferentie. Toen wisten ze: 'Jongens, dit is exponentiële groei'. Toen ging het er al over dat áls er een virus rondgaat, dat de curve ontzettend steil is en als je geen maatregelen neemt, je heel veel infecties krijgt.'

Een handtekening van 650.000 euro

Het was op dat moment dat Gommers de overheid in overdrive zag schieten: er moest apparatuur bij komen. 'En die apparaten hadden we gewoonweg niet staan. Ze gingen keihard aan de slag, alleen al met de vraag welk apparaat er eventueel te gebruiken was.' Volgens Gommers werden toen anesthesietoestellen van privéklinieken geleend en werd er zelfs overwogen om dierengeneeskundigen te benaderen voor eventuele materiaalhulp. 'In de tussentijd was het ministerie als een gek bezig om apparatuur van waar dan ook uit de wereld te kopen.'

15.000 euro, 25.000 euro, sommige apparaten kostten zelfs 50.000 euro. Maar dat was voor de overheid niet van belang, zo stelt Gommers. 'Het ministerie wilde koste wat kost vijfduizend beademingsapparaten kopen, of dat was het idee. Het ging misschien om heel veel geld, maar ineens kwamen we in een modus dat er in een recordtempo voor zoveel mogelijk spullen moest worden gezorgd.'

Vlak voordat de coronapandemie in Nederland uit brak, was er een pandemieprotocol gepresenteerd dat gemaakt was naar aanleiding van de Mexicaanse griep. Maar over een dreigend materiaaltekort werd niet gesproken in datzelfde plan. 'We hebben in Nederland voor ongeveer duizend tot 1100 ic-patiënten spullen', vervolgt Gommers. 'Misschien iets meer, maar dat je ineens naar een verdubbeling moet gaan? In de piek van april 2020 zijn we tot ongeveer 1700 patiënten gekomen, maar met een dergelijke verdubbeling hebben we gewoon nooit rekening gehouden.'

ROTTERDAM - Portret van Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care en hoofd van de intensive care van het eramus mc ziekenhuis en deelnemer van het omt . ANP / Hollandse Hoogte /  Robin Utrecht
ROTTERDAM - Portret van Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care en hoofd van de intensive care van het eramus mc ziekenhuis en deelnemer van het omt . ANP / Hollandse Hoogte / Robin Utrecht (ROBIN UTRECHT)

Maar dat de spullen uiteindelijk zijn aangeschaft, is een goede zaak vervolgt Gommers, die in het Erasmus MC tevens een crisisteam had dat zich op de coronauitbraak stortte. 'Voor het opschalen van 50 naar 100 ic-bedden was er een hoop nodig natuurlijk. Maar het werd echt in recordtempo opgebouwd. Op de achtste verdieping werden er ineens 85 voorraadkasten in de fysiotherapieruimte gebouwd omdat daar een nieuwe ic werd gebouwd met veertig bedden. Ik heb toen gewoon een handtekening gezet voor 40 nieuwe beademingsapparaten á 650.000 euro. Dat was één handtekening, that's it.'

Eerste keer OMT

Het OMT begon klein, maar werd steeds groter. 'Ik ben er zelf pas eind februari bij betrokken geraakt, omdat toen pas duidelijk werd dat het ziektebeeld ook veel te maken had met patiënten die op de intensive care terecht kwamen.' Hij herinnert zich de uitnodiging van het OMT-secretariaat nog goed. 'Of we iemand konden afvaardigen om deel te nemen aan de OMT-vergaderingen. De eerste waar ik aan deelnam was ook de laatste fysieke bijeenkomst, dat was in Zeist. Voor mij was het nogal een gekke vergadering, we zaten er met een man of dertig à veertig en ik had niet echt een idee wat me te wachten stond. Ik kwam wel veel bekende mensen tegen die ik in jaren niet meer gezien van mijn studie, of onderzoeksgenoten. En die eerste vergadering was wel even omschakelen voor mij, omdat het over dingen ging waar ik toch weinig verstand van heb.'

Gommers geeft dan ook goudeerlijk toe bar weinig te hebben bijgedragen aan die eerste vergadering. 'Ik had gewoon weinig in te brengen', vervolgt hij. 'Maar er was wel een vraag van hoeveel ic-capaciteit er eigenlijk is en waar rekening mee gehouden moest worden.

Code Zwart

Hij wist op dat moment ook niet dat de ic's zoals ze er waren volledig overspoeld zouden worden. 'Er was op dat moment gewoon helemaal niets duidelijk. Het was puur gissen.' Drie weken na dat Catshuisoverleg werd de eerste piek bereikt. 'Op 9 april', herinnert Gommers zich. 'Je had echt een exponentiële groei, dus je kon gewoon per dag uitrekenen wat er de volgende dag zou komen. Dat ging zó hard, dat hadden we nog nooit meegemaakt.'

Paniek sloop er echter nooit in bij Gommers. Integendeel, hij toonde zich bekwamer en strijdlustiger dan ooit naar eigen zeggen. 'Ik dacht toen van 'oké, nu kunnen we laten zien wat wij kunnen. We gaan een visitekaartje afgeven dat we écht professionals zijn. De intensive care is namelijk geen eigen specialisme, het is eerder een onder-de-moeder-specialisme. Onder de internisten, of de anesthesiologen. Maar ik wilde laten zien dat wij een zelfstandig specialisme zijn, dat er op ons te bouwen valt en dat wij problemen op kunnen lossen. Dus er zat zeker een persoonlijk kantje aan voor mij.'

Maar de patiënten bleven maar komen. 'Eind maart waren er al verregaande maatregelen genomen maar de toename stopte niet. Toen dacht ik echt van 'het zal toch niet? Het kan toch niet zo zijn dat het ons niet lukt?' Daar heb ik wel veel slapeloze nachten van gehad, echt waar. In die week heb ik ook veel overleg gehad met Ronnie van Diemen, hoofdinspecteur Gezondheidszorg. Ik heb hem gevraagd wat er zou gebeuren als het ons níet zou lukken, als we niet voldoende capaciteit zouden hebben. Dat was de eerste keer dat er aan code zwart werd gedacht, daar stevenden we écht op af.'

Want ouderen 'vielen bij bosjes'. Sommige verpleeghuizen verloren de helft van hun bewoners aan het virus. Het resultaat van keuzes, concludeert hij. 'We moesten kiezen of we ouderen wel of niet zouden opnemen om te behandelen, en de meeste ouderen in Nederland wonen natuurlijk in verpleeghuizen.' Er werd toen ook met huisartsen besproken of het wel verstandig was om tachtigplussers op te nemen als die ernstig ziek werden, vertelt Gommers. 'In de meeste gevallen niet was de conclusie.'

Gommers durft daarbij te stellen dat door die keuze code zwart uiteindelijk is afgewend. 'Dat is écht door de inzet van huisartsen geweest', stelt hij. 'Huisartsen hebben individuele gevallen beoordeeld en gezegd dat bepaalde patiënten - gezien de situatie - niet naar de ziekenhuizen zijn gestuurd. Ik weet de absolute getallen niet, maar ik zou me kunnen voorstellen dat dat onze redding is geweest.'

Politiek dacht in geld, niet in personeel

Hoewel code zwart uiteindelijk nooit aangetikt werd, was het opeens een reëel risico dat de Nederlandse intensive care niet bij machte zou kunnen zijn om het land 'te redden'. 'Toen begon ik echt te twijfelen. Ik was zo trots op de manier waarop we met elkaar zó hard bezig waren om in zo'n korte tijd capaciteit te organiseren. Het was ook zo mooi om te zien dat je vanuit alle hoeken en specialismes hulp kreeg. Traumachirurgen die na de visiterondjes op hun eigen afdelingen kwamen helpen op de intensive care. Er was echt een gevoel van 'we gaan dit met elkaar doen en het gaat lukken', maar de cijfers bléven maar toenemen. En dan bereik je op het gegeven moment een grens, dan kúnnen we niet meer.'

Dat was de boodschap die Gommers ook wel moest verspreiden. 'Ik herinner me nog een technische briefing waarin ik gezegd heb van 'jongens, op het gegeven moment is het klaar'. Dat leidde tot een discussie, want tot wanneer blijf je bedden bijmaken en wanneer kun je niks meer? Ik bedoel, je kunt een bed neerzetten en een monitor aansluiten, maar je hebt geen gekwalificeerd personeel meer om voor de patiënt te zorgen. Dus heeft het dan nog zin om een patiënt in een bed te leggen? Dat kán toch niet? Ik werd er echt zenuwachtig van.'

Het zou de meest letterlijke vertaling van een kwestie van leven of dood worden. 'We hebben toen als vereniging - door overleg met elkaar - een lijn in het zand getrokken. Een grens opgesteld als het ware. En ik weet nog dat de politiek dat een heel moeilijk besluit vond. Logischerwijs zei de minister dat we het gewoon zouden halen, die dacht dat je met geld alles wel kon kopen. Maar we kwamen er met elkaar achter dat ook in Nederland een grens kan worden bereikt. En dat was in dit geval dus het beschikbare personeel.'

Die realisatie kwam dus eind maart pas, 1 april bleek geen dag te zijn voor grappen. En dat kwam aan als een mokerslag bij Gommers en zijn collega's, die voor hun beroep een eed aflegden om mensen te helpen. 'We hadden de grens vastgesteld op 2400 bedden. Je merkte in die overleggen met het ministerie en dus ook de technische briefings, dat ik meerdere keren moest zeggen dat als patiënt 2401 zich zou aandienen op een intensive care, dat er voor diegene géén bed zou zijn. 'En ja, wat gebeurt er dan', werd er toen gevraagd door Lodewijk Asscher (toenmalig fractievoorzitter PvdA, red.). Het was de laatste vraag in die briefing. Toen heb ik gezegd dat die patiënt zou komen te overlijden, en dat sloeg in als een bom. Op dat moment realiseerde iedereen het, hoe eindig onze capaciteit eigenlijk is.'

Angst

Er was angst bij het zorgpersoneel, concludeert Gommers. 'Het was in die eerste golf natuurlijk heel erg indrukwekkend, omdat een relatief groot deel van de patiënten eigenlijk direct op de intensive care kwam te liggen. En wij waren gewoon bang dat we zelf ziek zouden worden, dat deed iets met mensen.' Volgens Gommers zat er dan ook ontzettend veel spanning in de in allerijl opgebouwde intensive care-afdelingen. 'Die werden zo rap gevuld', vervolgt hij. 'Er moest écht goed worden opgelet. We wisten niet hoe besmettelijk het zou zijn of hoe erg, dus dat gaf echt extra emotionele druk in de eerste weken van de pandemie.'

Emotionele druk, precies hetgeen wat Gommers niet extra kon gebruiken. Maar angstig? Nee, dat was hij zelf niet. 'Ik leefde op de adrenaline, ik had helemaal geen tijd om bang te zijn. Er was geen moment rust in mijn hoofd. Ik was zo druk bezig met organiseren dat ik helemaal geen moment had om daar eens rustig over na te denken.'

De inhumane zwarte bladzijde

Gommers denkt nu vooral terug aan de momenten dat mensen zijn overleden in het ziekenhuis. Hooguit één familielid aan het bed, volledig uitgedost in antivirale kledij. Een zwarte bladzijde in de covidaanpak, zo betitelt Gommers het. 'Ik had het er onlangs met een collega over; dat was by far het slechtste momentum dat we in de crisis hadden. Er zijn mensen nagenoeg alleen gestorven, danwel op de ic, danwel op de gewone afdeling, of in verpleeg- en bejaardenhuizen. Die hebben we ook volledig afgesloten, zodat men alleen achter glas naar elkaar mocht zwaaien. Daarvoor ben je niet op aarde gekomen, om zo te sterven.'

Gommers gaat zelfs zo ver om de aanpak inhumaan te noemen. 'Het was echt de slechtste periode', zegt hij. 'Infectiologen in ziekenhuizen stelden richtlijnen op. We waren bezig met het indammen van het virus om zo min mogelijk mensen te doen overlijden. Erop terugkijkend vond hij die richtlijnen te streng. 'De afspraken waren gewoon te ingrijpend. Ik denk dat dat kwam door angst, maar ook door onwetendheid op dat moment. We wisten niet wat er op ons afkwam en er was geen daling ingezet. We zaten in een piek en het was volstrekt onduidelijk hoe het zich zou ontwikkelen. Daarbij: er was gewoonweg geen capaciteit voor extra besmettingen en het risico van het aantikken van die 2400. En het feit dat we bang waren dat er ook jongeren zouden komen te overlijden speelden wel degelijk mee. We wisten gewoon dat die 2400 de absolute grens was.'

Maar, zo stelt hij, er zat wel een gedachtengang achter. 'Het was natuurlijk een infectieziekte, men maakte zich ontzettend zorgen dat ook anderen weer besmet zouden raken en ook ernstig ziek zouden worden. Terugkijkend daarop hoop ik wel dat we dat een volgende keer anders zullen doen. Dat we niet in paniek zullen raken of dat we er voor zorgen dat afscheid nemen bij een eventueel of aanstaand sterfgeval mogelijk is in grotere capaciteit. Puur omdat dat het belangrijkste sociale aspect van afscheid nemen is.'

Long covid-compensatie

Maar een echte verantwoordelijke aanwijzen voor de inhumane manier waarop covidpatiënten in Nederland zijn gestorven doet Gommers niet. Omdat dat simpelweg niet kan. 'Iedereen heeft naar eer en geweten gehandeld', zegt hij. 'Iedereen was ontzettend bezig met elkaar, dus verwijten in een fase waar zoveel angst is, is gewoon niet aan de orde. Na de eerste golf wist je: het komt snel en het daalt snel. Daarna had je een evaluatiemoment met elkaar, en toen merkten we dat het virus een stuk minder dodelijker was - zeker voor ziekenhuismedewerkers. Aan de andere kant zijn er ziekenhuismedewerkers die long covid hebben gehad en nog steeds niet kunnen werken, sommigen zijn zelfs ontslagen omdat ze hun werk niet meer kunnen doen. Dat is toch vreselijk?'

Gommers vindt dan ook dat er een vorm van compensatie moet komen voor die medewerkers. 'Ik vind eigenlijk dat je de mensen die ongelooflijk hun best hebben gedaan niet met lege handen kunt achterlaten. Hij vindt dat er een pot geld moet komen voor compensatie voor long covid-patiënten en voor meer onderzoek. 'Ik denk dat we het eerst beter moeten begrijpen. Er wordt momenteel wel onderzoek naar gedaan, maar of het genoeg is? Zo is er vanuit het ministerie een website (c-support.nu) waar mensen met long covid zich kunnen melden voor advies en begeleiding. Daar zijn al 11.000 aanmeldingen binnengekomen, dus er zijn sowieso al 11.000 mensen die langer dan drie maanden klachten hebben.

Maar, dat gaat alleen maar om Nederlandse long covid-patiënten. Aan de overkant van de vijver, in Engeland, zitten ze iets dichter op de monitoring van long covid aldus Gommers. 'In Engeland waren er 22 miljoen mensen die positief testten op covid, waarvan er 1,3 miljoen mensen long covid klachten hebben of hadden. Dat is echter wel een schatting, maar een schatting van vijf procent is nog steeds groot. Maar er zijn ook getallen die eerder richting de tien procent of zelfs vijftien procent gaan.'

Een vergelijking met Nederland zou volgens Gommers dan ook niet zo'n vreemde zijn. 'Wij hebben acht miljoen mensen in Nederland die covid hebben gehad. Als je daar tien procent van neemt die eventueel long covid heeft of heeft gehad, dan hebben we het opeens over 800.000 mensen. Dat zou een gigantisch aantal zijn. Zelfs de helft is gigantisch te noemen, dus we hebben het hier over een stille ramp. Laten we hopen dat het aantal niet zo hoog is.'

Gommers benadrukt de ernst van de situatie: 'Voor die mensen is het gewoonweg vreselijk. Ze zijn gehandicapt, ze kunnen niet terug en het lijkt me dat ze er wanhopig van worden', maar of de overheid het duidelijk genoeg op de radar heeft betwijfelt hij.

Betere voorbereiding op een volgende pandemie

Gommers roept op tot een betere voorbereiding op pandemische calamiteiten. In februari 2020 hadden we dus die twee casussen tijdens carnaval, we hadden ons toen al moeten realiseren dat het daarna helemaal los zou gaan in Brabant. Maar dat deden we niet, omdat we dit nog nooit mee hadden gemaakt. We kunnen achteraf wel leuk roepen dat we 'dit of dat hadden moeten doen',, maar als we zulke slimme Nederlanders zouden hebben gehad, was er heus wel één iemand geweest die een pakhuis vol had liggen met mondkapjes en coronatesten. Die waren allemaal te koop.'

Nederland is volgens Gommers altijd goed voorbereid op technische rampen als overstromingen, maar niet op medische rampen. 'Vaak zie je dat de brandweer en het leger beter zijn voorbereid op rampen dan de medische tak. De evaluatie naar aanleiding van de Mexicaanse griep is weer in de la verdwenen. Er is ook nog niet besloten om een groot ziekenhuis te bouwen voor reservecapaciteit. Daarover moet je dan nadenken.

Volgende week volgt deel twee van het slot-drieluik van Vraag het Gommers. Vergeet niet te abonneren op Spotify of je favoriete podcast-app.

Gerelateerde artikelen