BNR In Alle Staten17 okt '16 11:08Aangepast op 20 okt '16 14:12

New Jersey: kweekvijver van talent en chemisch afval

Auteur: Bernard Hammelburg

Bruce Springsteen, Jack Nickolson, Bon Jovi, Whitney Houston, Queen Lafita en natuurlijk Frank Sinatra – allemaal spetterende namen, die klinken, of klonken, als New Yorkers. Bijna dezelfde tongval als Brooklyn, The Bronx of Queens, herkenbare achtergrond: opgeklommen uit eenvoudige gezinnen. Daarmee typeren ze hun geboortestaat, New Jersey, eigenlijk een deel van New York.

Historisch klopt dat beeld precies. Henry Hudson verkende in 1609 met zijn Halve Maan het gebied vanaf zee, en de daarna opgerichte kolonie Nieuw Nederland omvatte een groot deel van wat we nu de staten New York en New Jersey noemen. De splitsing kwam pas in 1664, toen de Britten de Nederlanders verdreven en de twee gebieden hun nieuwe namen gaven. Ook nu zijn de staten nog steeds met elkaar verstrengeld. Net als in Connecticut aan de noordoostzijde van de stad New York, wordt het noordelijke deel van New Jersey, ten westen en zuiden van New York, beschouwd als buitengebied van de grote metropool. Honderdduizenden New Yorkers wonen in de betaalbaardere buurstaat, en heel veel New Jerseans werken in New York. De twee staten zijn gezamenlijk eigenaar van alle grote vliegvelden in de regio, tunnels, bruggen, spoorlijnen en het gebied in zuid-Manhattan waar de Twin Towers stonden, en nu het nieuwe One World Trade Center. Ze zijn ook elkaars belangrijkste toeristische bestemmingen: New Jerseans gaan uit in New York, New Yorkers gaan met vakantie aan de stranden van New Jersey. American football team The New York Giants zit niet in New York, maar – compleet met stadion – in New Jersey. Maakt niet uit, het voelt hetzelfde. Of, op z’n New Yorks: ‘same difference’.

New Jersey is ook het afvalputje van New York, een staat met betrekkelijk weinig grote industrie. New Jersey, daarentegen, de grootste industriestaat in Amerika, heeft alles waar New York geen zin in heeft: Port Elizabeth, de grootste Amerikaanse haven, een kolossale chemische industrie, enorme olieraffinaderijen. De snelweg die vanuit New York, langs de stad en het vliegveld Newark in New Jersey naar Philadelphia loopt, heeft als bijnaam 'cancer alley’, en dat is begrijpelijk. De stank op die route en de sombere rookpluimen boven fabrieken en raffinaderijen is vaak misselijkmakend. En natuurlijk zijn er onvermijdelijke gevolgen: met ruim honderd vuilnisbelten voor chemisch afval is de staat nationaal kampioen. Op een binnenweg langs ‘cancer alley’ vond ik jaren geleden bij toeval kleine, bruingroene meertjes die pruttelende geluiden maakten en waaruit geheimzinnige, geelachtige gaswolken opstegen. Navraag bij het ministerie van milieu bevestigde wat voor de hand lag: een lekkend reservoir voor chemisch afval, wat daar aan de orde van de dag was. Inmiddels voert de staat een dapper gevecht, met strenge regels en beter toezicht. Maar als je in die regio niets te zoeken hebt, doe je er het beste aan om de autoramen gesloten te houden en te duimen dat je niet in een file komt.

De grote steden in New Jersey moet je ook vermijden. Newark en Camden, vervallen industriesteden met hoge werkloosheid, gangs en drugs, zijn levensgevaarlijk. Het zijn typische voorbeelden van Amerikaanse steden die buiten de boot zijn gevallen, en waar elke poging om kinderen op school te houden en werkgelegenheid te creëren stuit op apathie en weerstand. Een tragedie, als je alleen al bedenkt hoeveel talenten Newark heeft voorgebracht, zoals Philip Roth, Paul Simon, Jerry Lewis, Jason Alexander, Ice-T, Joe Pesci en Sarah Vaughan.

Dossier Verkiezingen VS

Maar buiten het industriegebied en de grote steden, is het in New Jersey goed toeven: prachtig, hier en daar licht glooiend landschap, fraaie dorpen en stadjes met beeldschone huizen, tegen prijzen waarvoor je in New York hooguit de spreekwoordelijke bezemkast kunt kopen of huren, die in de stad optimistisch ‘appartement’ worden genoemd. En natuurlijk Princeton, het stadje waar de wereldberoemde, gelijknamige universiteit staat. Einstein doceerde er en werkte er aan zijn wis- en natuurkundige theorieën. Princeton behoort tot de Ivy League universiteiten, net als onder meer Harvard, Columbia en Yale. Wetenschappelijk de absolute top, maar de prijs is – om in Einsteins termen te blijven – congruent: 44.000 dollar per collegejaar. New Jersey heeft ook een uitstekende staatsuniversiteit, Rutgers, waar je voor ‘slechts’ 14.000 dollar terecht kunt.

Hoboken, waar Frank Sinatra vandaan kwam, en Jersey City, aan de westoever van de Hudsonrivier, zijn misschien de beste metafoor voor de staat. Het zijn een beetje armoedige steden, met uitzicht op het sprookjesachtige Manhattan, aan de oostzijde van de rivier. Een pessimist droomt ervan de Hudson over te steken, een optimist geniet van dat beeldschone uitzicht.

Gerelateerde artikelen