Texas31 okt '16 19:45Aangepast op 1 nov '16 13:35

Schaduw over Oklahoma

Auteur: Bernard Hammelburg

Oklahoma roept, hoe hard je ook je best doet, vooral nare beelden en associaties op. 9/11 was zo overweldigend dat andere aanslagen een beetje zijn vergeten, maar tot dan was het opblazen van het Alfred P. Murray-gebouw in Oklahoma City, in 1995, de grootste terroristische aanslag in de Amerikaanse geschiedenis.

168 mensen kwamen om het leven, onder wie 19 kinderen, en honderden raakten gewond en bleven verminkt. De daders: Timothy McVeigh en Terry Nichols, paranoïde rechtsextremisten. McVeigh, die in een gehuurde bestelauto een zelfgemaakte bom, bestaande uit kunstmest en petroleum, in de garage onder het gebouw had geparkeerd, werd anderhalf uur later gearresteerd in een roestige, oude auto zonder nummerborden, met een overvloed aan belastend materiaal op de autobank. Zijn kompaan Nichols, die de voorbereidingen had getroffen, werd kort daarop gearresteerd. McVeigh kreeg de doodstraf, Nichols kreeg 161 keer levenslang zonder recht op gratie – een Guinness wereldrecord. De regering-Clinton zette politie en justitie enorm onder druk om de zaak snel af te handelen, waardoor nooit plausibele aanwijzingen zijn onderzocht dat het tweetal deel uitmaakte van een organisatie, en getuigen niet zijn gehoord. Een onderzoeksrapport van een miljoen pagina’s, waarop de Britse Guardian enkele jaren geleden de hand wist te leggen, schreeuwt om heropening van het onderzoek. Bijvoorbeeld over de vraag waarom McVeigh zich, na minutieuze voorbereidingen, op zo sullige wijze liet arresteren. Maar na 9/11 ontbreekt de animo.

Het beeld van Oklahoma is ook somber door John Steinbeck’s meesterwerk ‘Grapes of Wrath’ uit 1939, in het Nederlands verschenen als ‘Druiven der gramschap’, over de vlucht van honderdduizenden totaal verpauperde boeren en arbeiders, tijdens de crisisjaren na 1929, uit de zuidelijke staten naar Californië. De vergelijking met de huidige tijd is onvermijdelijk: die migranten trokken massaal naar de staat die volgens de verhalen onbeperkt banen had, en waar het goud zowat op straat lag. Steinbeck, die in Californië naast een opvangkamp woonde, tekende de mensen uit Oklahoma – ‘Okies’ – als de aller-droevigste, meest naïeve, meest primitieve losers, waarop in Californië alleen maar met diepe minachting werd neergekeken.

Een bomaanslag en een boek uit 1939 hebben natuurlijk niets met de tegenwoordige tijd te maken. Oklahoma is rijk aan olie en gas en heeft een bloeiende agrarische sector. Toch hebben, ook nu, veel ‘Okies’ de boot gemist: bijna twintig procent leeft onder de armoegrens, het percentage schoolverlaters is even hoog. Je zou zeggen: daar valt voor Democraten politiek wel wat te halen, maar ze doen niet eens moeite, want Oklahoma is door en door Republikeins. Het sluit aan bij het beeld in veel Amerikaanse staten: slechte financieel-economische omstandigheden versterken het conservatisme.

Okla Homma, waarvan de naam van de staat is afgeleid, betekent ‘rode mensen’ in de taal van de Choctaw, een van de indiaanse volkeren. Bijna negen procent van de bevolking is indiaans, meer dan in alle andere staten. Zo veel, dat onder de indiaanse volkeren wordt gesproken van ‘Oklahoma indianen’, die klaarblijkelijk voor het volks- en soortgenoten uit andere gebieden verschillend en herkenbaar zijn. Dat er zoveel indianen zijn heeft twee oorzaken. De eerste was een truc, met een deftige naam: de Permanente Relocatie Wet. De regering bood indianen midden achttiende eeuw land aan in Oklahoma, in ruil voor het land waarop zij, in andere staten, woonden. Veel indianen zagen daar het voordeel niet van in en weigerden, maar werden dan met geweld alsnog naar Oklahoma gedeporteerd.

De tweede was het gevolg van hun rol tijdens de Burgeroorlog, toen zij gedwongen werden zich aan te sluiten bij de zuidelijke Confederatie. Nadat die door de noordelijke Yankees was verslagen, namen de overwinnaars wraak door de indianen een reisverbod op te leggen. Op een reis door het gebied van de Cherokee schrok ik van de overweldigende armoe, alsof ik door een Derde Wereldland reed. Tahlequah, het hoofdstadje, oogt nog wel aardig, maar alleen in het centrum. En natuurlijk in en rondom het casino, want de gokindustrie is de redding voor de Amerikaanse indianen. Omdat hun reservaten en provincies formeel geen deel uitmaken van de Verenigde Staten, geldt de wet op de kansspelen in die gebieden niet.

Bernard Hammelburg is buitenlandcommentator van BNR Nieuwsradio.

Gerelateerde artikelen