Dijsselbloem wil niet teveel risico nemen
Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem wil niet teveel risico nemen bij het hervormen van de eurozone. Hij reageert daarmee op een voorstel van de Europese Commissie om een permanente voorzitter in te stellen en Europese landen samen staatsobligaties uit te laten geven.
Ook zou er een Europees fonds moeten komen voor landen waar het economisch slecht gaat. Dijsselbloem wordt nog niet warm van die plannen. ‘Een permanente voorzitter kun je overwegen, maar een interessantere vraag is wat de bevoegdheid van die voorzitter wordt’, reageert Dijsselbloem.
‘Er is geen grote eurozonebegroting. Die discussie hangt samen met de vraag of die begroting er überhaupt moet komen. Als die er al komt, is het de vraag waar die voor gebruikt gaat worden. Ga je dan ook grote beleidsterreinen naar Europees niveau optillen? Ik denk dat daar weinig draagvlak voor is.’
Gezamenlijk schuld financieren moeilijk voorstelbaar
Gezien de grote verschillen tussen de verschillende Europese landen, vindt Dijsselbloem het moeilijk voorstelbaar dat Europese landen gezamenlijk staatsobligaties gaan uitgeven en dat er een gezamenlijk Europees fonds komt. ‘Die eurozonelanden moeten echt naar elkaar toegroeien. Het liefst natuurlijk op een hoog niveau. Dat vergt veel herstelwerk de komende jaren. Alle andere stappen hebben economisch en politiek gezien veel consequenties. Dat is misschien toekomstmuziek’, zegt Dijsselbloem voorzichtig.
Dijsselbloem is er niet voor om de hele sociale zekerheid, pensioenstelsels en de zorg naar Europa te verplaatsen. ‘Als je al die grote beleidsterreinen, waar ook grote budgetten bij horen, gewoon op nationaal niveau houdt, dan blijven de nationale ministers van Financiën toch het belangrijkste. De verschillen tussen landen zijn enorm. Er zijn landen in de eurozone die geen WW-regeling hebben, Nederland heeft een hele goede WW-regeling. Over dat soort verschillen kun je niet zomaar heen stappen.’


