Mobiliteit27 aug '13 12:01Aangepast op 27 aug '13 13:19

De Tweede Coentunnel: ongelukstunnel?

Auteur: Marjan van den Berg

Sinds de Tweede Coentunnel in mei open ging, waren er al bijna honderd ongelukken. Dat is meer dan op welk stuk snelweg van vergelijkbare afstand dan ook.

Dat meldt de VerkeersInformatieDienst (VID). Hoe kan het op dit net geopende stuk weg zo vaak fout gaan?

Perceptie
Wie wel eens door de Tweede Coentunnel rijdt, heeft misschien het gevoel dat het maar een heel smal tunneltje is. Maar dat gevoel klopt niet, zegt Patrick Potgraven van de VID. "De tunnel is breder dan de oude Coentunnel, maar kennelijk is het toch de perceptie van mensen dat hij smaller is. Misschien omdat hij hoger is."

Wat ook een rol zou kunnen spelen, zegt Potgraven, is de knik in de tunnel, en/of het feit dat je, als je de tunnel uit komt, meteen moet kiezen tussen de A10 en de A5.

In het algemeen maken tunnels veel weggebruikers onzeker, zegt verkeerskundige Karel Brookhuis van de TU Delft en Rijksuniversiteit Groningen. "Er hoeft ook maar iets te gebeuren, en mensen zullen in hun onzekerheid wellicht een verkeerde stuurbeweging maken of op de rem trappen, zeker als ze plotseling voor zich iets zien waarvan zij onzeker zijn wat er gebeurt."

Maatregelen
Rijkswaterstaat heeft de verkeerssituatie op het stuk weg geanalyseerd en komt binnenkort met de resultaten. Vervolgens is het de vraag wat Rijkswaterstaat op de korte termijn kan doen om de situatie te verbeteren. Vanwege het grote aantal ongelukken geldt er al een snelheidsbeperking en is één rijstrook van de A8, ten noorden van de tunnel, afgesloten.

Volgens Potgraven kan een snelheidsbeperking soms ook averechts werken. "Als het feitelijke probleem is dat mensen lastig van rijstrook kunnen wisselen, dan wordt dat door een snelheidsaanpassing naar beneden toe alleen nog maar lastiger. Dan wordt het probleem alleen maar groter."

Botsinkje
Wat niet meehelpt, is het feit dat de ene automobilist de tunnel al kent en de andere niet. Brookhuis: "Als ik er nu voor het eerst doorheen ga, heb ik de neiging om juist voorzichtig te gaan rijden. Maar let op wat daar gebeurt: ik rijd daar met 70 in, want ik ben wat onzeker. Er komt iemand achteraan knallen met 95 à 100. Vlak nadat hij de tunnel in komt, ziet hij mij en dan heb je toch een lichtovergang. Boem, op de rem. Die man achter hem remt ook, een beetje te laat, en boem, daar heb je weer een botsinkje."

Wat vaak wel werkt in tunnels, is ruimte scheppen, zegt Brookhuis. Dat kan door met licht, maar bijvoorbeeld ook met de belijning een ruimtelijk effect te realiseren.

Oude Coentunnel
Potgraven verwacht dat een oplossing zich eind volgend jaar aandient, als de renovatie van de oude Coentunnel klaar is. De oude Coentunnel zal dan weer een hoofdrol gaan vervullen. "Dan wordt deze [Tweede Coentunnel, red.] gebruikt als een wisselbaan. Dat betekent dat daar in de ochtend extra verkeer overheen kan voor de buitenring in zuidelijke richting. In noordelijke richting zal dat in de avondspits zijn."

Doordat het verkeer zich dan over twee tunnels zal verdelen, wordt de veiligheid groter, verwacht Potgraven. "Dikke kans dat dan het oorspronkelijke veiligheidsprobleem duidelijk minder is."

Gerelateerde artikelen