Onderwijs7 feb '22 17:26

Bijna kwart leerkrachten zit thuis

Auteur: BNR Webredactie

Dankzij oplopende besmettingen zitten veel leerkrachten en leerlingen thuis. Dit meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders AVS. Afgelopen weken zat gemiddeld 26 procent van de leerlingen en 23 procent van de leraren thuis, wat meer is dan twee weken geleden. Op vrijwel alle scholen ontbreken leerlingen en leraren.

De AVS komt op deze cijfers na een peiling onder 1000 schoolleiders. 'Op veel scholen is het overeind houden van het onderwijs op dit moment de focus. Je komt daardoor nauwelijks toe aan het inlopen van leervertragingen, schoolleiders proberen vooral te voorkomen dat deze groter worden', zegt voorzitter Ingrid Doornbos van AVS.

'We zien dat de besmettingen onder leerlingen oplopen, maar vooral de afwezigheid van leraren zorgt er nu voor dat er regelmatig klassen naar huis moeten. We roepen de politiek op om de druk op scholen per direct te verlichten door er het Nationaal Programma tijdens Corona van te maken en scholen meer dan twee jaar de tijd te geven om het uit te geven.'

Nog steeds klassen thuis, nu door afwezige leraren

Het zorgt ervoor dat er nog altijd evenveel klassen naar huis zijn gestuurd. Op 60 procent van de scholen werden één of meerdere klassen naar huis gestuurd, een procent van de scholen moest sluiten. Gemiddeld gaat het om twee klassen per school. De belangrijkste reden om een klas naar huis te sturen is echter nu de afwezigheid van leraren. Dit komt namelijk bovenop het reguliere tekort en het tekort aan personeel voor het Nationaal Programma Onderwijs.

'Het is tekort bovenop tekort bovenop tekort, en dat zorgt ervoor dat je overal vervanging vandaan moet halen. Op 90 procent is die niet meer te vinden', aldus AVS-collega Rob van Ooijen. 'Een klas naar huis sturen is altijd de slechtste oplossing die je als school kan bedenken, je wil dat leerlingen het beste leren op school. Je wil niemand wegsturen.'

Laatste mogelijkheid

'Als dat gebeurt, moet je je bedenken dat een directeur álles heeft geprobeerd. Dat begint op het moment dat je 's ochtends een appje krijgt van een leraar die er niet is', concludeert Van Ooijen. 'Dan ga je eerst binnen het team kijken, of er misschien een klassen- of onderwijsassistent voor de klas kan staan. Daarna raadpleeg je de vervangingspoule, of ga je zelf voor de klas staan, misschien een uitzendkracht, en als het écht niet anders meer kan, stuur je een klas pas weg.'

Gerelateerde artikelen