Politiek17 nov '14 11:27Aangepast op 20 nov '14 13:56

Flink porren in de grote mbo-hoop om imago op te vijzelen

Auteur: Thijs Baas

Om het slechte imago van het Nederlandse mbo te verbeteren moet worden afgestapt van de huidige structuur met mbo-niveaus 1, 2, 3 en 4. Dat zegt Jan van Zijl, voorzitter van de MBO-Raad, tegen BNR. Hij pleit voor een structuur waarin de verschillende niveaus van het beroepsonderwijs beter op elkaar aansluiten. "Een eerste stap is om niet meer alles mbo te noemen."

Nu worden alle vormen van middelbaar beroepsonderwijs op een hoop gegooid, en dat is niet terecht, zegt Van Zijl. "Ik heb wel eens gezegd dat je het ook wel eens basisberoepsonderwijs zou kunnen noemen. Het andere noem je dan middelbaar beroepsonderwijs. Met het hoger beroepsonderwijs erbij krijg je een mooie doorlopende leerlijn. De getalendeerden in het basisberoepsonderwijs kunnen dan doorgroeien naar het middelbare en getalenteerden in het middelbare kunnen doorgroeien naar het hoger beroepsonderwijs. En leerlingen die meer vakmatig getalenteerd zijn, vinden hun plek op de arbeidsmarkt."

OESO
De tragiek van het Nederlandse mbo is dat er lovende rapporten over geschreven worden door gerenommeerde organisaties als de OESO. Die laatste heeft zich positief uitgesproken over de inrichting van het Nederlandse systeem, dat zich onder meer kenmerkt door relatief weinig uitval en weinig jeugdwerkloosheid. Maar het imago sluit daar bepaald niet op aan, constateert Van Zijl. "Het mbo kampt met het imago van de laagst denkbare opleiding. Dat is tragisch, omdat het voornamelijk de niveaus 1 en 2 zijn die de beeldvorming bepalen."

Kinderen die gefrustreerd op de havo zitten, zouden veel beter af zijn op het mbo, om daarna door te stromen naar het hbo, bepleit Van Zijl. Daarvoor is het hard nodig om te blijven werken aan een beter imago van het mbo, vindt hij. "Misschien door terug te gaan naar basis-beroepsonderwijs voor wat bescheidener niveaus en écht mbo voor de hogere niveaus. De minister heeft daar wat over geschreven naar de Kamer en ik ben het daarmee eens."

Havo
Een wetswijziging is niet nodig voor een dergelijke stelsel- en naamswijziging, maar een breed draagvlak in de samenleving en de politiek des te meer. "En dat schijnt er te zijn. We moeten overigens ook eens kijken naar de positie van de havo. Ligt het wel zo voor de hand om de havo alleen de voorbereiding te laten zijn voor het hbo? Ik wil het komend half jaar indringend praten en nadenken over het hele samenspel van vmbo, havo, hbo en mbo. Als de staatssecretaris graag een debat wil: wij doen mee!"


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen