Politiek5 jun '14 14:36

Communicatiestrategie en Schengen-informatiesysteem als wapen tegen Syriëgangers

Auteur: Pieter van den Akker

Een op Britse leest geschoeide communicatiestrategie en het al bestaande Schengen-informatiesysteem moeten Europese Syriëgangers op de knieën krijgen. Dat is de uitkomst van het volgens minister Opstelten succesvolle overleg dat hij in Luxemburg voerde met EU-collega's.

Dat zei Opstelten donderdag tegen BNR's Roelof Hemmen in een gesprek waarin hij veel van zijn kaarten op de borst leek te houden.

Wat zijn de belangrijkste afspraken die u heeft kunnen maken?
"Dat zijn er een aantal. Dat is dat we op advies van de Engelse collega goed gaan kijken naar de communicatiestrategie. Daar hebben de Engelsen enorm ervaring mee. Dat is één. Dat is natuurlijk preventief om het tegengeluid ook te laten horen."

Pardon, de communicatiestrategie? Tussen wie en wie?
"De strategie dat je naar de burgers, naar de potentiële Syriëgangers ook een tegengeluid laat horen. Daar hebben de Engelsen allerlei technieken voor ontwikkeld en daar willen wij kennis van nemen. Daar gaan we de komende weken naar kijken. Dan gaan we in ons actieplan ook kijken of we daar met elkaar op dezelfde wijze mee om kunnen gaan. Dat is een preventieve maatregel, initiatief. Verder hebben we natuurlijk uitvoerig gekeken om effectiever met elkaar om te gaan ten aanzien van de informatie-uitwisseling over hoe we dat over de Syriëgangers kunnen vormgeven. Het gaat dan vooral om het beter benutten van het al bestaande Schengen-informatiesysteem. Daarnaast is door de collega's nog eens het belang benadrukt van het delen van reisgegevens van de op dit moment ongeveer 3 duizend Europese Syriëgangers. Uiteraard moet dit plaatsvinden, dat zeg ik nadrukkelijk, binnen de wettelijke kaders op het gebied van privacy en gegevensbescherming."

"Ook hebben we gesproken over de aanpak van radicalisering via internet en social media. Dat moeten we verder gaan ontwikkelen. Zo vindt er bijvoorbeeld binnenkort een door de Europese Commissie georganiseerde bijeenkomst plaats over radicalisering met onder andere enkele grote providers. We hebben afgesproken met elkaar - het gaat om acht landen: België, Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Denemarken, Zweden Nederland en de commissie - dat deze punten nu worden omgewerkt naar een actieplan. Deskundigen gaan daar de komende weken goed naar kijken en dat wordt wederom aan ons voorgelegd en tijdens de volgende vergadering van de Raad, de informele vergadering op 8 en 9 juli in Milaan, besproken."

Groot probleem is dat inlichtingendienst informatie over waar mensen zijn en waar ze naar toe gaan niet met elkaar delen. Waarom denkt u dat het nu wél gaat gebeuren?
"Nee, het gaat niet om de inlichtingendiensten. Die delen dat wel met elkaar. Het gaat hier om bestaande systemen, zoals het Schengen-informatiesysteem. Als je met elkaar ziet dat het om 3 duizend Europese Syriëgangers gaat, zie je dus dat het een internationaal punt is dat je niet nationaal kunt oplossen. Vandaar dat wij ook met de EU, maar ook intergouvernementeel, als acht landen met elkaar zeggen van: 'hier zouden we de rijen moeten sluiten'. Daar is iedereen toe bereid. We gaan dat nu met deskundigen laten bekijken binnen bestaande regelgeving, want dat is ook belangrijk. Want wetgeving duurt natuurlijk lang en hier is urgentie natuurlijk geboden. Maar binnen het wettelijk kader en op het gebied van privacy en gegevensbescherming moeten we ook secuur zijn."


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen