Opiniepeilers gaan ook emotie meten
Opiniepeilers willen hun onderzoeksmethodes aanpassen. Met de Tweede Kamerverkiezingen op komst, werken onderzoeksbureaus aan manieren om ook de 'emotie' van de kiezer in beeld te brengen en groepen die nu nog ondervertegenwoordigd zijn in opiniepanels beter te betrekken. Dat blijkt uit navraag van BNR. Aanleiding zijn de onverwachte verkiezingsuitslagen van de Amerikaanse verkiezingen en de Brexit.
Hoewel de situatie in Nederland volgens de peilers hier nadrukkelijk anders is, omdat we hier sinds de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders al langer ervaring hebben met anti-establishment kiezers, moet ook in Nederland gekeken worden of de huidige manier van peilen wel een scherp genoeg beeld oplevert. Kantar Public, voorheen TNS/Nipo, bekijkt bijvoorbeeld hoe de 'impliciete associatie test' ingezet kan worden. Daarmee meet je de reactietijd van respondenten. Hoe sneller ze op bepaalde woorden reageren, hoe emotioneler ze zijn. Ook gaan secundaire data, zoals gegevens over stemgedrag van kiezers in het verleden, een grotere rol spelen.
'Met ja of nee krijg je alleen een kaal cijfertje. Als je per respondent in kaart brengt hoe snel men reageert op een woord. Als men snel of heel langzaam reageert, dan kun je daaruit iets afleiden. Als er heel snel wordt gereageerd, dan weet je dat dat meer het onderbewustzijn is en dat er meer emotie achter zit', zegt Tim de Beer van Kantar Public.
Nederlandse peilingen
Ook onderzoeksbureau Ipsos en I&O Research denken na over manieren om meer oog te krijgen voor onderbuikgevoelens van kiezers en om ondervertegenwoordigde groepen beter te vangen in steekproeven. Waarschijnlijk komen er extra onderzoeken onder die groepen en wordt de blik ook meer op externe bronnen gericht. Ipsos benadrukt overigens dat het sowieso altijd experimenteert en extra onderzoek doet om methodes te testen.
Secundaire data
Maurice de Hond laat aan BNR weten dat hij al jaren een beter zicht heeft op anti-establishment-kiezers en secundaire data gebruikt om kale metingen te corrigeren. Hij past zijn methodiek dus niet aan.


