Politiek27 nov '19 23:47Aangepast op 28 nov '19 00:31

Rutte: 'Aantal burgerslachtoffers nooit vastgesteld'

Auteur: BNR Webredactie

De SP heeft bij het debat over het Nederlandse bombardement in Hawija, Irak, een motie van wantrouwen ingediend tegen premier Mark Rutte en minister Ank Bijleveld van Defensie. De Kamer zou volgens fractievoorzitter Lilian Marijnissen 'niet eerlijk zijn geïnformeerd'.

De motie van wantrouwen krijgt steun van de PVV, de Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie, Denk en Femke van Kooten Arissen. De SGP geeft aan de motie van wantrouwen niet te steunen. De motie van D66 voor meer onderzoek naar de burgerdoden in Hawija krijgt brede steun.

Rutte beweerde tijdens het debat dat Centcom nooit heeft kunnen vaststellen hoeveel burgerdoden er bij de aanval bij Hawija in 2015 zijn gevallen. Maar het Amerikaanse opperbevel van de missie tegen IS meldde in december 2018 aan NRC dat er zeventig burgerdoden waren gevallen, meldt de krant op haar site. Volgens minister van Defensie Ank Bijleveld heeft het kabinet naar aanleiding van een mail aan NRC en de NOS navraag gedaan bij de Amerikanen. Het onderzoek van Centcom bleek 'niet in staat om een specifiek aantal slachtoffers te bevestigen', zegt Bijleveld.

Niet relevant

Dat er burgerdoden zijn gevallen bij de Nederlandse luchtaanval was 'niet relevant' voor het besluit tot verlenging van de missie drie weken later, zei Mark Rutte. 'Er is altijd een risico op burgerslachtoffers.' GroenLinks, SP en Forum voor Democratie vroegen zich hardop af of informatie over de burgerdoden is achtergehouden om de verlenging niet in gevaar te brengen. Volgens Rutte is dat 'echt onzin'.

CU en D66 willen onderzoek

Coalitiepartijen ChristenUnie en D66 willen alsnog een onderzoek naar de burgerslachtoffers die bij de luchtaanval vielen. Op die manier kan er een begin worden gemaakt om tot schadevergoedingen voor de nabestaanden te komen. SP en GroenLinks richtten hun pijlen tijdens het debat vooral op Rutte. Zij vroegen zich af of de verlenging van de missie in Irak, enkele weken na de aanval van Nederlandse F-16's, een rol heeft gespeeld bij het stilhouden van de burgerslachtoffers.

Centrale vragen

Twee vragen staan centraal tijdens het debat: wie wist destijds van mogelijk grote aantallen burgerdoden, en waarom is de Kamer daar destijds verkeerd over geïnformeerd? Om zeven uur maakten premier Mark Rutte en minister Ank Bijleveld van Defensie hun opwachting in de Tweede Kamer.

Het kon wel eens een loodzwaar debat worden over de burgerdoden die in 2015 vielen bij het Nederlandse bombardement. Het debat zal vooral gaan over hoe het kabinet omging met de onderzoeken naar wat er allemaal wel en niet misging bij die aanval. Het kan zomaar een latertje worden, zei politiek verslaggever Laurens Boven. 'Ik denk dat het spannende deel begint als Ajax al is afgelopen, dus ik zou zeggen: kies voor Ajax en kom daarna terug bij het debat.'

Geen zin in negatieve informatie

Rutte zal zijn best doen om minister Bijleveld te verdedigen, schatte Boven in. 'Er moet een geloofwaardig verhaal komen over toekomstige burgerdoden. Daar moet in het kabinet over worden gesproken en kan geen sprake zijn van een kabinet dat eigenlijk niet zit te wachten op negatieve informatie - dat niet eager is om de feiten boven tafel te krijgen. Dat is een harde eis van de Kamer aan Bijleveld: leg duidelijk uit met welk plan je voor de toekomst komt.'

In de praktijk blijkt het nog niet zo eenvoudig om de gebeurtenissen ter plekke op een adequate manier te rapporteren. Probleem is dat het vaak bijzonder lastig is om uit rapportages op te maken hoeveel doden er zijn gevallen, zegt Generaal-Majoor buiten dienst Pieter Cobelens, tevens voormalig directeur van de MIVD. 'Ik ben in Afghanistan en Irak geweest en zeker achteraf is het heel moeilijk om te constateren of je met burgers, Taliban of IS-strijders te maken hebt gehad.'

In kaart brengen

Bovendien, zegt Cobelens: burgerdoden worden nogal eens gebruikt voor propaganda en zeker niet uitsluitend voor de dingen waar het eigenlijk om zou moeten gaan. 'Ik heb een half jaar bij Centcom gewerkt aan een first impression-report. Daarbij wordt ongeveer de schade in kaart gebracht. Eerst wordt gekeken of het militaire doel succesvol geëlimineerd is. Het kán zelfs zijn dat men rekening houdt met burgerdoden, maar de missie toch doorgaat omdat het zo verschrikkelijk belangrijk is.'

Lees ook | Opnieuw krassen in teflonlaag Rutte

Lees ook | Hawija-debat: wat wisten Defensie en kabinet?

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak.
Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak. (ANP BART MAAT)

Gerelateerde artikelen