Hemmen24 jan '12 10:58

Jeans, jeans en nog eens jeans

Auteur: Pieter van den Akker

Het grote geld in de Nederlandse modewereld zit niet bij de ontwerpers, maar bij de jeans. In ons land is dat een miljardenindustrie, zegt oprichter James Veenhoff van de Amsterdam Fashion Week.

James Veenhoff wil met zijn platform House of Denim de jeanswereld veranderen. Volgens hem is de jeanswereld in de regio Amsterdam een miljardenindustrie. Veenhoff is tegenwoordig nog als adviseur betrokken bij de Fashion Week, die woensdag begint.

A-merken
Veenhoff, dinsdag te gast in BNR Paul van Liempt, vertelde: "Kijk maar naar een aantal van de zichtbare A-merken die we hier in de stad hebben. G-Star, het grootste Nederlandse jeansmerk, zit volgens goed ingevoerde bronnen op een omzet van 800 en 900 miljoen euro. Hilfiger 'doet' alleen al in Europa 1,2 miljard euro. Dan heb je nog Scotch & Soda, dat zit ook op een paar honderd miljoen euro. Met een handjevol merken zit je al tussen de 2 en 3 miljard euro."

Veenhoff kan niks met de veelgehoorde opmerking dat Amsterdam nooit de allure van Londen, Parijs en Milaan zal krijgen. "Parijs en Milaan zijn al eeuwenlang de hoofdsteden van het mode-ambacht. Daar zijn couturehuizen. Londen huppelt er achteraan en New York is de grootste commerciële. Onlangs is Amsterdam genoemd als zesde modestad."

Ready to wear
Hij ging verder: "De grote mode-ondernemingen die in Parijs en Milaan 'showen', showen ter ondersteuning van hun licentie-business: alle parfummetjes, handtassen, BH'tjes, zonnebrillen. Daar verdienen zij hun geld mee. De couturestukken zijn een soort marketing voor die andere lijnen. En wij hebben hier geen Gucci, Prada, geen Louis Vutton. Wij hebben G-Star, Mexx, Hillfiger, dat is inderdaad 'ready to wear' en geen couture."


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen