Hemmen3 apr '12 11:27

Van drugsverslaafd naar verslavingszorg

Auteur: Anne-Greet Haars

Tot zijn 33e was Dick Trubendorffer naast zelfstandig ondernemer ook verslaafd aan drank, drugs en seks. Dat leven ligt nu achter hem en hij heeft een eigen kliniek voor verslavingszorg.

Onlangs opende Trubendorffer de tweede vestiging van GGZ CrisisCare Trubendorffer en de derde komt er ook al aan.

Jeugd
Trubendorffer is opgegroeid in Amsterdam-West met een buurjongen die later naam zou maken als berucht crimineel: Cor van Hout. “Ik was acht à negen jaar en kreeg ook wel eens een klusje. Ik keek enorm tegen de jongens op. Het was echt een bende en dat sprak me aan.”

Trubendorffer werd wel naar het VWO gestuurd, maar hield dat niet vol. “Ik vluchtte het huis uit, omdat er thuis veel gedonder was. Mijn vader had losse handjes. Het was een hele pijnlijke periode.”

Toch hield hij vol, ging naar de HAVO en maakte het af. “Ik heb altijd het onderscheidend vermogen vastgehouden om de focus op een meer constructieve ontwikkeling in mijn leven te leggen”, vertelt Trubendorffer.

Begin verslaving
Maar tijdens de middelbare school kwam Trubendorffer in aanraking met drugs en drank. “Door de alcohol kon ik mijn angsten kwijtraken. Dat gebeurde toen ik veertien was. En op mijn zeventiende ging ik ook cocaïne gebruiken om mijn depressie weg te stoppen.”

De cocaïne kreeg hij - naar eigen zeggen - van “de jongens in Amsterdam-West.”

Ondernemer
In de jaren daarna was Trubendorffer actief als ondernemer in de bouwwereld. “Ik was een harde en slimme werker. Ik had de connecties in de vastgoedwereld en zorgde ervoor dat de panden werden verbouwd en weer konden worden doorverkocht.”

“Ik had de beschikking over heel veel geld in de perceptie van een jongetje uit Amsterdam-West. Op gegeven moment liep ik met 20.000 en 30.000 euro in de zak over straat en reed ik rond in een dure Mercedes.”

Asociaal
Trubendorffer volgde zijn eigen richting en verwachtte dat de omgeving wel week. “Ik richtte mijn leven in zoals ik het wilde en trok me niks aan van de omgeving. Dat is vrij asociaal, maar zo was ik.”

“Ik was een hele nare en arrogante man en hield mensen van me weg. Als ik moest presteren deed ik een mooi pak aan, wat coke in mijn hoofd en draaide ik mijn riedeltje af.”

Seks
“Ik heb twee keer een relatie gehad. Dat waren leuke dames met een moedercomplex; ze bleven veel te lang bij mij om me te proberen te veranderen”, aldus Trubendorffer.

Hij was in de verslavingen erg gericht op cocaïne en alcohol, maar werd later ook seksverslaafd. “Dat was een mooie, want die bleef lang verborgen. Ik kwam er zelf ook pas later achter.”

“Ik ben geen man geweest die naar een swingersclub ging, maar wel naar een hotel met twee dames over de vloer. Daar lag het maximum ook wel”, vertelt Trubendorffer openhartig.

Hulpverlening
Volgens Trubendorffer had je in Nederland toen geen adequate hulpverlening. “Je had wel de reguliere verslavingszorg, maar volgens mij hadden die geen goed beeld van wat een verslaving was. Als je daar kwam kreeg je een sociaal drink- of drugsplan. Dat zijn maatregelen geweest die niet hielpen. Ik heb het gedaan, maar na drie maanden bleek ik een ‘hard case’.”

Uiteindelijk liep het zo uit de hand dat Trubendorffer zelfmoord wilde plegen. “Ik heb het niet gedurfd en vond dat een daad van falen. Vervolgens heb ik een vriend gebeld waarvan ik wist dat hij ook een verslaving had gehad. Daar ben ik heen gegaan.”

Eigen kliniek
Trubendorffer wilde de verslavingshulp in Nederland beter maken. “In mijn kliniek is een heleboel beter; het concept is realistisch en het slagingspercentage is veel hoger dan andere instellingen.”

Eén van de kernpunten is dat er geen sociaal drugs- of drankplan is, maar gehele onthouding. “Tijdens de duur van de behandeling gebruik je gewoon helemaal niks; punt. Je moet afkicken, daar hebben we dokters en psychiaters voor. De eerste tien dagen is echt lichamelijk en fysiek."

Niet intern
Als verslaafde hoef je in deze kliniek niet intern te zitten. “De behandelingsintensiteit evenaart een interne kliniek, maar mensen kunnen dan sneller in de praktijk brengen wat ze hebben geleerd. Dat is beter dan dat je na vier of zes weken intern opeens weer in je dagelijkse leven terecht komt”, aldus Trobendorffer.


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen