Syrie21 okt '13 07:15Aangepast op 21 okt '13 08:28

'Te weinig grip op radicaliserende moslimjongeren'

Auteur: Thijs Baas

Nederlandse gemeenten doen volgens het Contactorgaan Moslims en Overheid te weinig om grip te krijgen op radicaliserende moslimjongeren.

De strijd in Syrië maakt jongeren radicaler, en het extremisme komt ook meer en meer voor in kleine en middelgrote gemeenten, zegt Yassin El Forkani van het contactorgaan. Die gemeenten hebben vaak geen idee hoe ze moeten omgaan met de extremistische jongeren. "Je merkt dat gemeenten een soort handelingsverlegenheid hebben omdat ze niet begrijpen hoe ze dat moeten aanpakken. Dat geldt niet alleen voor de gemeenten, maar ook voor de religieuze instituties die in de gemeenten aanwezig zijn; men heeft het niet in de gaten en ziet het gevaar er niet van in."

Marcouch
PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch vindt dat de lokale overheid op zijn minst moet wéten dat er in de gemeente zoiets aan de hand is. "Maar het heeft niet alleen met Syrië te maken, het is iets wat we al heel lang zien. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij de ouders en bij de religieuze gemeenschappen. Aanhouden en oppakken moet de overheid doen zodra er een gevaar dreigt voor de samenleving. Maar je distantiëren en een evenwichtig religieus alternatief aanbieden kan de overheid niet, omdat de jongens en meisjes in naam van de religieuze beweging handelen."

Het kan niet zo zijn dat de burgemeester niet weet dat het probleem bestaat, zegt Marcouch. "Ik wil dat burgemeesters zorgen voor veiligheid, risico's voor de samenleving kennen en weten wat er speelt. Religieuze bewegingen interveniëren onvoldoende en bieden te weinig evenwichtige alternatieven aan. Als je burgemeester van een gemeente bent, moet je zorgen dat je in de haarvaten van die gemeente zit. En dan kun je op een gegeven moment wél de religieuze gemeente aanspreken. Religieuze ontsporingen kunnen alleen maar religieus worden gecorrigeerd."

Preventieve
Het Contactorgaan Moslims en Overheid wil daarom op een preventieve manier met de jongeren in gesprek gaan, in de hoop verschillende inzichten over te brengen, zegt El Forkani. "We krijgen veel signalen dat dat gedachtegoed zich aan het wortelen is bij die jongeren, met name bij kleine middengemeentes. Het gaat meestal om jongeren die niet de stap hebben genomen om naar Syrië te gaan, maar wel het gedachtegoed onderstrepen."

Ze spelen een prominente rol door de zogenaamde media-Jihad te voeren door openlijk in de media en social media op te roepen dat het een legitieme strijd is en dat alle moslims daaraan deel zouden moeten nemen. "Je merkt het aan het gedachtegoed dat aan het versterken is, dat ze het openlijk oproepen en dat er een proces gaande is waarin de haat aan het versterken is naar niet-moslims én naar moslims die zeggen dat de strijd in Syrië geen Jihad-strijd is."


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen