Wetenschap10 mei '16 21:12Aangepast op 10 mei '16 22:09

Flitsradar meet de snelheid van kleine beestjes in de zee

Auteur: Judith Laanen

Zoöplankton, die hele kleine beestjes in de zee, zwemmen elke dag heen en weer tussen de diepzee en de oppervlakte voor hun voedsel. Wetenschappers registreerden hun snelheid met een flitsradar.

Zoöplankton / Foto ANP
Zoöplankton / Foto ANP

De dieren doen dat met een reden natuurlijk: zoöplankton staat namelijk voor een welgemeend dilemma. Duiken ze diep onder water omdat het daar veilig is? Of komen ze naar de oppervlakte omdat ze daar eten kunnen halen?

Om dat antwoord op te kunnen duikelen, gooide de wetenschap een lijntje uit. Met een heuse flitsradar - de Doppler-radar - zo een die ook de snelheid van auto's meet. Wat blijkt? Of zoöplankton diepzee duikt voor eten of aan de oppervlakte foerageert, hangt een beetje van de dag af. En het seizoen.

Doppler-radar
Volker Strass, van het Alfred Wegener Instituut bond zo'n flitsradar aan een treinwiel - die wegen een ton - zodat 'ie niet meer aan de oppervlakte kan komen, en liet 'm in zee zakken. Daarmee registreerde Strass de snelheid waarmee zoöplankton omhoog of omlaag bewoog. Hij keek dagelijks, en zette dat af tegen jaarlijkse metingen. Drie jaar lang lagen er van die radars op verschillende plekken op de bodem van de zee.

Nu heeft de wetenschap het antwoord: zoöplankton zwemt 's nachts, net na zonsondergang, in rap tempo naar de oppervlakte. Vlak voor zonsopgang duiken ze terug de diepte in. Volgens Strass reageren ze op de verlichting van het zee-oppervlak door zonlicht. "Ze duiken terug omdat ze willen voorkomen dat visueel ingestelde roofdieren hen opeten."

Zoöplankton leeft van algen, en die leven aan de oppervlakte van het zeewater. Dus ze moeten wel omhoog komen, anders hebben ze geen eten.

Gerelateerde artikelen