Opinie29 mei '13 16:20

Column Jan Postma | Gouden bergen, diepe kloven

Auteur: Jan Postma

Terwijl in het zonnige Californië voor het eerst in jaren geld over is, wemelt het in het koude Michigan van de praktisch failliete steden. Detroit moet mogelijk zelfs de kroonjuwelen van de stad verkopen.

Maar of er nou geld teveel is of te weinig, het zorgt in zowel Michigan als Californië voor problemen. En de tegenstellingen in de VS worden alleen maar groter.

Jarenlang moest Californië keihard bezuinigen. Maar anno 2013 blijkt de achtste economie ter wereld (als het een land was geweest) ineens geld over te hebben. Over de grootte van de meevaller is nog discussie, maar het zal tussen de 1,2 en 4,4 miljard dollar zijn. Ter vergelijking: drie jaar geleden had Californië nog een tekort van 60 miljard dollar. Na jarenlang snijden, is er dus nu weer eens ruimte om uit te delen. Goed nieuws voor de inwoners van de Golden State, en eindelijk makkelijkere tijden voor de locale politici. Zou je zeggen.

Maar het levert vooral heel veel discussie op. De Democraten zwaaien de scepter in Californië, en zij zijn bang dat als zij nu gaan uitgeven, ze neergesabeld zullen worden door de Republikeinen. Niemand wil nu de big spender zijn, helemaal niet als het straks weer wat minder gaat. Er zijn aanwijzingen dat rijke inwoners afgelopen jaar nog even van aflopende belastingvoordeeltjes wilden profiteren. Dat voordeeltje is Californië volgend jaar weer kwijt.

Geen Democraat durft hierdoor de staatscreditcard nog te trekken. Gouverneur Brown al helemaal niet. Terwijl zijn voorgangers structureel de tegoeden te hoog inschatten, blijft Brown erg voorzichtig. Zijn ambtenaren schatten het overschot zo’n vier keer hoger in. Maar zolang Brown dat niet erkent, hoeft hij het ook niet uit te geven. De Californiërs merken dagelijks de gevolgen van Brown’s hand op de knip. De wegen en bruggen zijn slecht onderhouden, de scholen moeten het met blijvend lagere budgetten doen, en het sociale vangnet voor de allerarmsten is bijna helemaal weggesaneerd.

In Michigan kunnen ze alleen maar dromen van een discussie over geld uitgeven. Bijna een miljoen mensen leeft daar nu onder het regime van een emergency manager. Deze externe accountants worden door de gouverneur aangesteld om steden op de rand van de financiële afgrond te helpen de kloof te dempen. De managers hebben bijna absolute macht. Ze kunnen wetten overrulen, afspraken met vakbonden tenietdoen en eigendommen van de steden verkopen. Ondermeer Flint, Pontiac en Detroit worden zo ‘Trojka-style’ geregeerd. Dat is tegen het zere been van burgerrechtengroepen. In deze steden hebben gekozen bestuurders amper macht, en is er dus feitelijk geen sprake meer van democratie. In juist deze steden woont bijna half zwart Michigan.

Detroit was ooit het glimmende embleem op de motorkap van Michigan. Hier werden de auto’s van de grote Amerikaanse merken gebouwd. Begin vorige eeuw was de auto-industrie booming, en Detroit profiteerde. In 1950 woonden er 1,8 miljoen mensen in huisjes met keurig aangeharkte tuintjes. Er was welvaart. De landhuizen van de oude directeuren van Ford, GM en Chrysler deden niet onder voor die van the Great Gatsby. Maar nu zijn de torens van GM het enige blinkende aan de binnenstad van Detroit. De stad is na 1950 leeggelopen. Fabrieken verhuisden naar het buitenland. Bij rassenrellen werden complete straten in de brand gestoken. De gaten in de huizenrijen zijn nooit meer gevuld. Op dit moment wonen er nog maar 700 duizend mensen.

Recent kwamen ook positievere berichten uit the Big D. Obama regelde een bailout voor de auto-industrie, de merken zetten in op elektrisch, en kunstenaars en groene ondernemers leken van Detroit het Berlijn van Noord-Amerika te maken. Koopjesjagers kochten goedkoop vastgoed, een nieuwe farmers market ontstond, en op lege plekken in de stad werden tuintjes aangelegd: urban farming.

Maar ondanks het nieuwe ondernemerschap bleef het met de stad zelf slecht gaan. Detroit’s schuld wordt op 15 tot 17 miljard dollar geschat. Die schuld moet ergens mee ingelost worden, dus stelt de emergency manager voor om de collectie van het Detroit Institute of Art (DIA) van de hand te doen.

Dat zou betekenen dat schilderijen van Van Gogh, Matisse en Bruegel in de uitverkoop gaan. Het voorstel zorgt voor een storm van protest. Tegenstanders vinden het onethisch om de kroonjuwelen van de stad te verkwanselen. Veel schilderijen komen uit de erfenissen van de oude autobaronnen, ze vormen de ziel van de stad.

Teveel, of juist te weinig geld, het houdt de lokale politiek en media op een vergelijkbare manier in zijn greep. En toch zullen de inwoners van Californië weinig snappen van de problemen van Detroit. Het zonnige Californië heeft misschien de crisistijd nog niet definitief achter zich gelaten. Maar het ligt er weer warmpjes bij. Het staat met een been in de toekomst. Het heeft Silicon Valley, veel hoger opgeleiden, investeert in infrastructuur en groene energie, en een grote instroom aan immigranten.

Het koude Michigan snapt Californië niet. Michigan is als een patiënt die aan het herstellen is van een stevige longontsteking, maar nu  geen warmere jas kan betalen. De auto-industrie is gered en de elektrische weg ingeslagen, maar dat zorgt maar voor beperkte werkgelegenheid. Andere inkomstenbronnen en banen blijven vooralsnog weg, en alternatieven zijn niet in beeld. De verschillen worden groter, en wat ontstaat is een Amerika van twee snelheden. Extra pijnlijk voor The Motor City: in het welvarende Californië is de Toyota Prius veruit het populairst. 

Jan Postma

--------------

Jan Postma is eindredacteur bij BNR en Amerikanist. Hij volgt voor BNR de Amerikaanse politiek. Volg Jan op twitter: @_janpostma_

 


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen