Ben van der Burg25 apr '14 14:23Aangepast op 26 apr '14 11:35

Column Ben van der Burg | Volvo's gaan stuk

Auteur: Ben van der Burg

In mijn keuken staan twee volautomatische melkopschuimers: één voor de sojamelk en één voor de gewone melk. Ze kosten 78 euro per stuk en ze gaan binnen zes maanden stuk. Ik breng ze vervolgens terug naar de winkel. Daar nemen ze het kapotte apparaat zonder morren in en ik krijg een nieuw exemplaar. Dit herhaalt zich wederom binnen zes maanden. Zo'n schuimklopapparaat is knoeiwerk.

Ik kocht een kleine twintig jaar geleden in mijn jonge naïviteit een veel te dure Volvo. De verkoper vertelde me dat Volvo's je hele leven meegaan. Dus ik wilde met die auto minimaal twintig jaar rijden, zodat de uiteindelijke kilometerkosten billijk zouden zijn. Ik ging altijd naar een erkende Volvo dealer voor het onderhoud. Door niet te hard te rijden zou ik oud worden met mijn auto en zo een eigen klassieker creëren. Na zes jaar kreeg de auto de eerste mankementen. De onderhoudsbeurten kwamen elk jaar veel te duur uit. Na twaalf jaar bracht ik mijn Volvo naar de schroothoop. Pech gehad, volgens de garage. Apparaten zijn niet voor de duurzaamheid gebouwd. Ook Volvo's niet.

Ik heb een vriend
Ik erger me al decennia aan apparaten die snel stuk gaan. Gelukkig ontdekte ik Stefan Schridde, een Duitser die het thema 'knoeiwerk' heeft opgepakt. Voor de Groenen schreef hij een rapport over 'geplande veroudering', hij houdt een blog bij en in Berlijn heeft hij nu een tentoonstelling. Het gaat over apparaten die zo zijn gemaakt dat ze snel aan vervanging toe zijn. Denk ook aan mixers, elektrische tandenborstels, printers of wasmachines.

Maken fabrikanten bewust 'knoeiwerk'?
Schridde heeft een definitie voor geplande veroudering: "Methoden en strategieën van fabrikanten en detailhandelaren om de gebruiksduur van apparaten zo te verkorten dat de aanschaf van een nieuw exemplaar wordt versneld of aangemoedigd." Zo kun je bijvoorbeeld nooit meer een apparaat uit elkaar halen en maken, nee, je moet het weggooien. Fabrikanten die rotzooi maken, zeggen vervolgens dat ze niet opzettelijk bekorten op de levensduur. Ze zouden besparen op het kopen van een nieuw product, omdat het nieuwe product relatief goedkoop is. Waardoor je als consument weer eerder geneigd bent een nieuw product te kopen. Precies zoals de fabrikant wenst.

Treurig oud nieuws
Schridde leert ons ook dat bewust rotzooi maken geen nieuw fenomeen is. In 1925 vond er een wereldwijde kartelafspraak plaats tussen de fabrikanten van gloeilampen; van General Electric in Amerika tot Osram in Duitsland en Philips in Nederland. Zij spraken af geen gloeilampen te produceren die langer dan 1000 uur branden. 

In Amerika werd in 2001 de honderdste verjaardag van een gloeilamp gevierd. De lamp hangt in een brandweerkazerne en was door zijn uithoudingsvermogen zo beroemd geworden dat er sinds zijn jubileum een webcam op is gezet die de duurzaamheid van de lamp voor de hele wereld documenteert. De gloeilamp heeft inmiddels twee webcams overleefd.

De oplossing
De oplossing lijkt simpel. Niets bezitten, maar alle producten als een service afnemen. Als nu de deur van je wasmachine niet meer open of dicht kan omdat er een palletje afgebroken blijkt te zijn, dan gaat het als volgt. Bij de toeleverancier van de fabriek kost zo'n palletje 1,50 euro. Een reparateur rekent echter voor alle moeite 150 euro. Terwijl je voor het dubbele bedrag een nieuwe wasmachine zou kunnen kopen. Als je de wasmachine zou huren, dan doet de fabrikant er alles aan doen om dat palletje niet stuk te laten gaan, want hij streeft naar zo min mogelijk onderhoudskosten te hebben.

In Duitsland woedt op dit moment het 'knoeiwerk' debat. Ben benieuwd of Nederland daaraan toe is.

Gerelateerde artikelen