Ben van der Burg10 okt '14 06:30

Column Ben van der Burg | Ik wil mijn geld delen met John de Mol

Auteur: Ben van der Burg

Als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen, is een veel gehoorde zin onder de aanhangers van de deeleconomie. Het paradigma is dat je van alles krijgt als je kunt delen. Natuurlijk slaat dat nergens op. Toch zijn we midden in de week van de deeleconomie beland.

Ik deel graag mijn geld met John de Mol. Mijn kennis deel ik graag met Robert Dijkgraaf. Mijn invloed deel ik graag met Mark Rutte. Deze mensen willen echter niet met mij delen. En gelijk hebben ze. Ze krijgen namelijk bij mij geen vermenigvuldiging voor elkaar. Deeleconomiefanaten gaan dan betogen dat ik kennis heb die John de Mol niet heeft. Dat klopt, maar op mijn kennis zit John de Mol niet te wachten. En gelijk heeft hij.

Aan de andere kant zijn er mensen in de bijstand die hun geld, kennis en invloed met mij willen delen, alleen dat wil ik niet. Het klinkt vervelend, maar naast wellicht een beetje wijsheid valt er voor mij weinig te vermenigvuldigen met mensen die weinig geluk met hun DNA-pakketje en opvoeding hebben gehad.

De deeleconomie werkt dus alleen bij een zekere gelijkwaardigheid. Om daaraan te ontkomen propageren de aanhangers van het delen, platformen als Peerby, Snappcar of Croqqer. Bij Peerby verhuur je je spullen aan mensen uit de buurt. Bij Snappcar verhuur je je auto en bij Croqqer verhuur je jezelf voor klusjes, bijvoorbeeld het schoonmaken van een badkamer. Dit principe lijkt goed. Je auto staat toch stil. Dan is het wel zo handig als iemand anders erin rijdt.

Ander voorbeeld. Morgen pak ik mijn bladblazer uit de schuur en ga bladblazen. Mijn overbuurman zal hetzelfde doen. Onze bladblazers delen we niet. Wellicht dom. We betaalden beiden een paar honderd euro voor onze eigen blazer. We kunnen hem ook op Peerby zetten en verhuren aan een andere buurman. Dan spreek je echter niet meer over delen. Maar over het kapitaliseren van je assets. Dat is totaal iets anders.

Zo komen we bij de tweede weeffout. De overheid propageert de participatiemaatschappij. Waar blijft dat als ik niet meer ’s avonds soep maak voor mijn bejaarde overbuurvrouw, omdat ik dat fijn vind om te doen, maar ik verhuur deze dienst via Croqqer? Weg gemeenschapszin. Geld wil ik zien voor alles wat ik doe. Als het geen geld is, dan wil ik beoordeeld worden met vier of vijf sterren, want dat kan ik later ook weer kapitaliseren.

Natuurlijk geloof ik graag in de deeleconomie. Maar ik geloof ook graag in vrede op aarde, voedsel voor ons allen en iedereen blij en gelukkig. Maar een gezonde dosis realisme kan ook geen kwaad.


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen