Bernard Hammelburg17 dec '16 08:20

Toffe peer, die Poetin

Auteur: Bernard Hammelburg

Westerse politici begrijpen er vaak geen snars van. Hoe kan Vladimir Poetin, die vaak wordt gezien als een megalomane, sluwe zakkenvuller die zo’n beetje de grootste bedreiging vormt voor het zo vredelievende Europa en een voetzoeker onder de NAVO, in eigen land zo populair zijn? Nóg opmerkelijker: hoe is het mogelijk dat zijn populariteit ook onder Amerikaanse Republikeinen omhoog schiet?

Bernard Hammelburg
Bernard Hammelburg

In Rusland staat Poetins goedkeuringspercentage op 83 procent, een score van Noord-Koreaanse proportie. Dat kan toch niet kloppen? Jawel, want de meting wordt door het gerespecteerde peilingsbureau Levada uitgevoerd, en ook westerse onderzoekers komen met vergelijkbare resultaten. Zelfs als je peilingen met een korreltje zout neemt, valt de trend toch niet te ontkennen.

Hij dankt zijn populariteit aan zijn uitgesproken wantrouwen tegen het Westen (een gevoel dat onder de Russen zeer sterk leeft), zijn nostalgische verwijzingen naar het Groot-Russische Rijk uit het verre verleden, maar vooral aan de annexatie van de Krim. Dat was voor de Russische burger het bewijs dat hij het lef heeft om de daad bij het woord te voegen. In westerse commentaren lees je voortdurend dat zijn populariteit ongetwijfeld gaat kelderen, want economisch zit Rusland behoorlijk in de problemen. Het lijkt vooralsnog wensdenken.

Onder Amerikaanse Republikeinen stijgt Poetins populariteit eveneens. In juli 2014 stond zijn steun op tien procent, in september 2016 was het 24 procent, en nu hebben 37 procent van de Republikeinen een gunstige indruk van Poetin. Best een toffe peer, dus. En dat in een politieke partij die traditioneel zeer wantrouwend staat tegenover Rusland.

Het heeft natuurlijk alles te maken met de milde houding die Donald Trump gedurende zijn verkiezingscampagne tegenover Poetin had, en waaraan hij nog steeds vasthoudt. De voordracht als minister van buitenlandse zaken van Rex Tillerson, de topman van ExxonMobil, die uitstekende banden met Poetin heeft, wordt gezien als de formele aftrap van nieuw beleid: het bijleggen van de ruzie met Poetin en het zoeken naar een nieuwe vorm van samenwerking.

Het rare is dat de onthullingen over het hacken van de campagne van Hillary Clinton door de Russen die trend niet beïnvloedt. Aanvankelijk noemde Trump de beschuldigingen van de CIA over het penetreren van de servers van de Democratische Partij, en impliciet de Russische hulp aan de Trump-campagne, onzin. Daar komt hij nu op terug, en dat kan ook niet anders, want het bewijs is overweldigend. Een indrukwekkend onderzoek door de New York Times neemt elke twijfel weg. Kern van dat onderzoek is een schijnbaar doodsimpele ‘phising’-exercitie. Hillary’s campagnechef John Podesta kreeg een waarschuwing om zijn wachtwoord te veranderen. Dat deed hij, en daarmee hadden de Russische hackers volledige toegang tot al het emailverkeer in de Clinton-campagne. Vervolgens gaven de hackers de gestolen informatie weg, bijvoorbeeld aan Wikileaks.

President Obama, die al eerder op de hoogte was, maar het politiek onhandig vond om dat bekend te maken – teveel eer voor het Russische vernuft – is inmiddels openlijk begonnen met de jacht op de feiten, en beschuldigt Poetin van persoonlijke betrokkenheid. Poetin zelf zegt: houd eens op met al die verdachtmakingen en kom met bewijs. Dat bewijs gaat er ongetwijfeld komen, maar Trump blijft ook nu nogal stilletjes langs de zijlijn staan.

Waarom dan die toenemende bewondering voor Poetin onder Republikeinen? Waarschijnlijk omdat zij het verhaal weldegelijk geloven, en beseffen dat zij electoraal beter hebben gescoord dan verwacht, juist door de Russische actie.

Gerelateerde artikelen