Herbert Blankesteijn5 jul '12 10:58Aangepast op 5 jul '12 11:18

Knarsetanden bij Nobelprijs voor Peter Higgs

Auteur: Herbert Blankesteijn

Natúúrlijk wordt dit najaar de Nobelprijs voor de Natuurkunde gewijd aan het Higgs-deeltje. En als de jury om iemand niet heenkan, is het wel Peter Higgs zelf. Maar herrie lijkt gegarandeerd.

Geknars van tanden is vrij gebruikelijk als er Nobelprijzen worden uitgereikt. Zo kreeg in 2008 een driemanschap de prijs voor  de geneeskunde vanwege de ontdekking van het aidsvirus. Opvallende afwezige op het podium: de Amerikaan Robert Gallo, qua verdienste en publieke zichtbaarheid zeker niet de mindere van de Fransman Luc Montagnier, die wel deelde in de prijs.

Dat gaan we nu ook krijgen, al was het maar omdat Peter Higgs het cruciale artikel in 1964 publiceerde met vijf co-auteurs, waarvan er behalve hijzelf nog vier in leven zijn. De Nobelprijs wordt aan maximaal drie personen tegelijk toegekend.

Er liggen meer conflicten op de loer en dat komt doordat Higgs en consorten de prijs al veel eerder hadden moeten hebben.

Het wordt nu voorgesteld alsof Higgs het deeltje heeft voorspeld en eindelijk gelijk heeft gekregen. Dat is een veel te simpel beeld. Higgs cs hebben aangetoond dat het deeltje nodig was. Zonder het Higgsdeeltje zou het Standaardmodel, dat verder zo succesvol is in het verklaren en voorspellen van de deeltjesfysica, op losse schroeven staan. Dus stel dat duidelijk was geworden dat het Higgsdeeltje niet bestond (een stuk moeilijker dan aantonen dat iets wél bestaat) dan zou het werk van Higgs cs misschien nog wel belangrijker zijn geweest. Talrijke theorieboeken hadden bij het oud papier gekund.

Nu is bevestigd waar iedere fysicus eigenlijk al van overtuigd was. Ze hebben iets te vieren maar geen verrassing, geen revolutie. Ze halen opgelucht adem, de status quo is gered.

Kortom, het belang van wat Higgs en zijn maten hebben gedaan was al jaren duidelijk. Net als in het geval van een vorige mijlpaal. In 1984 ging de Nobelprijs voor de Natuurkunde naar de Italiaan Carlo Rubbia en de Nederlander Simon van der Meer, voor de ontdekking van het W-deeltje, ook bij CERN. Ze hadden geen van beide een aandeel in het feitelijke experimentele werk; Van der Meer was de ingenieur die de toenmalige deeltjesversneller had ontworpen en Rubbia was de directeur van CERN. De voorspellers van dat deeltje hadden op dat moment hun Nobelprijs allang gehad, namelijk in 1979.

En juist daardoor wordt het nu dringen. Wie zetten we naast Higgs? Een co-auteur? Kan niet, daar zijn er teveel van. Niemand? Nee, de rol van CERN moet naar voren komen. De directeur maar weer? Zwaktebod, is al eens gedaan. Experimentatoren deze keer, dat zal tijd worden. Er zijn twee teams geweest, ATLAS en CMS. De twee leiders daarvan, Joe Incandela en Fabiola Gianotti? Kan net, maakt samen drie.

Ok, mijn geld staat op Peter Higgs, Joe Incandela en Fabiola Gianotti. Een vrouw erbij, die kans zal het Nobelcomité toch niet laten lopen… We spreken elkaar in oktober.


Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen